Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.
Toespraak minister Peper ter gelegenheid van de slotmanifestatie 150 jaar Grondwet
Dames en heren,
Als een willekeurige groep Nederlandse jongeren een vakantie doorbrengt op een onbewoond eiland, en ze maken een reglement, dan ontstaat er iets dat lijkt op de grondrechten uit de Nederlandse Grondwet. Ze maken eigenlijk de grondregels voor het samenleven. De ideeën die men tegenwoordig heeft over zichzelf en de samenleving - het zelfbeeld en de definitie van de situatie -, zijn toch niet bepaald dezelfde als ze 150 jaar geleden waren. In 1848 waren denkbeelden die de mensen hadden, veel meer opgesloten en ingesloten, te herleiden tot de maatschappelijke verbanden, hun komaf, hun geloof, en de streek waar ze vandaan kwamen. Gedeelde denkbeelden hadden met andere woorden een beperkte sociale spreiding.
Tegenwoordig zijn we - niet waar? - in onze zelfperceptie geheel zelfstandig, al valt dit -voor wie goed oplet- vaak erg tegen. Wij maken zélf wel uit waar we in willen geloven en waar we achter willen staan. Voor de jongeren lijkt dat in verhevigde mate te gelden. Hun staatkundige voorkeuren zijn moeilijk te voorspellen, hun smaken - kijkend naar kleding en uiterlijk - des te beter. Marktonderzoekers en verkiezingssociologen rapporteren over een staatkundig wispelturige en turbulente groep.
Toch werden de Nederlandse jongeren het in de zomer van dit jaar op het eiland Pampus eens over een tekst die dezelfde geest ademt als onze grondwet. Blijkbaar is er -als we het over de randvoorwaarden hebben- een tijdloze formulering voor onze stijl van samenleven. Daarmee hebben we één functie van de Grondwet in het vizier. De Grondwet is een symbool. Voor de meeste mensen is dat voldoende. De meeste mensen nemen aan dat in de Grondwet staat wat we wel of niet mogen, hoe we met elkaar zijn, althans hoe wij denken dat wij zijn. In de Grondwet moet dan staan dat we gematigd, tolerant, individualistisch en zorgzaam zijn. Maar dát staat er nu juist niet in, zoals u weet. De Grondwet maakt dat gedrag wel mogelijk.
Na een heel jaar van grondwetdiscussies weten meer mensen dan daarvoor dat de Grondwet een aantal belangrijke beginselen vastlegt; andere heel belangrijke zaken staan er niet in. Sommige artikelen van de Grondwet bezorgen sommigen van ons wel eens wat last. Ik noem dat grondwettelijk herenleed (bij ontstentenis van - een enkeling daargelaten - dames in dit aandachtsgebied). Voor de mensen die de Grondwet vooral als symbool zien, is dat niet van belang. De Grondwet is er, voor hen is dat genoeg. Een symbool hoeft niet adequaat of in alle opzichten bij de tijd te zijn.
Deze verheven en daardoor wat beschutte plaats die de Grondwet voor velen heeft, is een belangrijke aanleiding geweest om van de 150e verjaardag van Thorbecke's Grondwet een reeks van feestelijke bezinningen te maken.
Deze feestelijkheden zijn opgezet door mijn voorganger, de heer Dijkstal.
Want de Grondwet hoort wèl verbindingen te hebben met onze dagelijkse werkelijkheid. Het moet zo zijn dat in publieke discussies over normatieve zaken, de Grondwet - meer dan tot nu toe het geval is geweest - een rol speelt.
Er is ook reden om heel nuchter naar de Grondwet te kijken. Een Grondwet is mooi, maar garandeert nog niet een maatschappij met grondrechten die maatschappelijk gevuld zijn, iets betekenen. De Grondwet van Thorbecke ontstond in een tijd - en die heeft nog decennia voortgeduurd - die maar weinigen toegang gaf tot de macht, de stembus, om maar één voorbeeld te noemen.
Het terugbrengen van de Grondwet naar de publieke agenda is het hoofddoel geweest van de grondwetviering. Het Ministerie van BiZa en later van BZK, heeft zelf activiteiten opgezet, maar een belangrijk deel van de viering is door andere instellingen georganiseerd. Het kostte geen moeite om de SER, Novib, Rabo, de ANWB - om er maar enkele te noemen - voor de grondwetviering te interesseren. Er is kennelijk een vernieuwde belangstelling voor essentiële waarden. De vraag naar het cement, de samenbindende kracht van een samenleving. Waar hebben we het over als we spreken over onze democratische cultuur, welke waarden dragen we over aan een volgende generatie? Deze vragen krijgen een extra lading in het schemeruur van de ideologieën. Het gaat nu eerst om een democratie voor allen, hier, maar vooral in grote delen van de wereld. Democraten aller landen, verenigt u! Het publieke bestel - de overheid - heeft naar mijn mening een belangrijke rol te spelen, bij het uitdragen van de boodschap der democratie, de democratische boodschap.
Daarom is mijn stelling: democratie is óók een vorm van cultuuroverdracht. Daarom is de vooruitgang niet zo groot. Er bestaat geen reden hieruit sombere conclusies te trekken.
Als discussie-project heeft het grondwetjaar een aantal interessante inzichten en suggesties opgeleverd. Daarbij stond soms de wet-tekst en soms het constitutionele gedachtegoed als zodanig centraal. Er zijn bijvoorbeeld concrete suggesties gedaan voor het opnemen van een recht op veiligheid in de Grondwet. Een opinie-onderzoek gaf aan dat een grote meerderheid van de Nederlanders die gedachte steunde. Thorbecke heeft vooral gezorgd voor de bescherming van burgers tegen de almacht van de overheid, de hedendaagse burgers stellen elkaar ook eisen, bijvoorbeeld op het terrein van de veiligheid.
De constitutionele idee stond centraal bij het initiatief van de SER, die ons op het spoor zette van de opvatting dat het intussen wereldberoemde poldermodel door Thorbecke al voorzien was. Thorbecke begreep, immers - zo was de redenering -, dat met het ontstaan van wat we tegenwoordig de competente burger noemen, de behoefte zou groeien om delen van de staatsmacht onder voorwaarden over te dragen aan publiekrechtelijke instellingen. De sprong vind ik gewaagd, maar dat mag bij een feestelijke viering. In ieder geval zien we tegenwoordig het gezamenlijk dragen van verantwoordelijkheid als een Nederlandse karakteristiek. Hoewel dat inzicht gevolgen heeft voor de positionering van politieke partijen (dat is in de afgelopen jaren wel gebleken), zal toch iedereen geïnteresseerd zijn in de vraag die de SER opwierp, namelijk: of het poldermodel de Europese eenwording kan overleven. Subsidiariteit versus communautair.
Ik kan niet meer dan een greep doen uit wat er allemaal in het afgelopen jaar naar voren is gebracht. Interessant, om niet te zeggen indringend, was het publiekscollege van de filosoof Gerard de Vries in De Balie begin dit jaar. Hij beschreef - met het voorbeeld van de geneeskunde - hoe door nieuwe technologie rechtstatelijkheid kan worden bedreigd. De voorspellende geneeskunde kan door een verband te leggen tussen erfelijke aanleg en gedrag, harde uitspraken doen over gezondheidsrisico's. Een samenleving wordt dan denkbaar waarin sancties op schadelijk gedrag niet alleen door de rechter maar ook door verzekeringsmaatschappijen worden opgelegd. Zo kan een constitutioneel bestel in beeld komen dat niet alleen in juridische, maar ook in medische en economische termen is geschreven. Volgens de Vries zal, als gevolg van deze ontwikkelingen, de behoefte aan nieuwe constitutionele arrangementen ontstaan. Het doet mij heel veel genoegen dat de ziektekostenverzekeraars twee weken geleden ook een eigen symposium georganiseerd hebben, om naar aanleiding van 150 Jaar grondwet stil te staan bij privacy in de gezondheidszorg.
Aan het einde van het Thorbecke-jaar 1998 wil ik iedereen die, in welke hoedanigheid dan ook, heeft meegewerkt, héél hartelijk bedanken. De tijdgeest, met zijn hernieuwde behoefte aan zingeving, heeft voor een stevige rugwind gezorgd. Dat was te voelen. Er is meer dan tachtig keer ergens in Nederland een grondwetviering geweest. De Grondwet is bediscussieerd, er is tegen gefulmineerd, zij is bejubeld, zij werd zelfs 'waardeloos' genoemd in het licht van Europa, en zij is ook ons nationale houvast genoemd in een internationaliserende wereld. Kinderen hebben met de Grondwet gestoeid en er is een professioneel ballet op gemaakt. Nederlandse burgemeesters hebben er over gedebatteerd, maar ook organisaties voor ontwikkelingssamenwerking. En, last but not least, ook hier in de Tweede kamer is een dag lang fundamenteel gesproken over de actualiteit van ons constitutionele bestel.
Hoe nu verder?
Ik heb voorbereidingen getroffen voor de oprichting van een Forum voor Democratische Ontwikkeling. Dat moet een onafhankelijke stichting worden, die zich vooral gaat richten op de basisvoorwaarden voor de democratie. Basisvoorwaarden zijn in de eerste plaats wat ook wel democratische deugden worden genoemd: tolerantie, gemeenschapszin, solidariteit. Die deugden vergen onderhoud. Ze moeten doorgegeven, en waar dat nodig is, aangeleerd worden.
Als een rode draad loopt door het grondwet-jaar, de oproep om hier meer aandacht aan te besteden.
Eerder heeft de regering al aangekondigd dat er initiatieven op dit punt te verwachten zijn. Wat dat betreft heeft het grondwetjaar versnellend gewerkt.
Een Forum voor Democratische Ontwikkeling dus, dat zich richt op basisvoorwaarden voor de democratie.
Een andere basisvoorwaarde is, dat de samenleving intelligentie en creativiteit wil investeren in het democratische proces. Dat wordt in toenemende mate belangrijk in een individualiserende samenleving. Daaraan kunnen we namelijk niet meer als vanzelfsprekend de eis stellen dat de burgers het over belangrijke inhoudelijke kwesties in hoofdzaken eens zijn. Dat zit er niet meer in. De groei naar volledige zelfstandigheid die onze Grondwet mede mogelijk heeft gemaakt is onomkeerbaar. Opinies, wensen en voorkeuren van mensen worden beweeglijker.
Het Sociaal & Cultureel Planbureau rapporteert een grote belangstelling bij het publiek voor normatieve zaken, maar die laat zich maar ten dele kanaliseren via politieke partijen. Bij zulke turbulenties op het gebied van de inhoud moeten we stabiliteit zoeken in het proces. Er moeten discussies zijn over hoe we de meningsvorming en de besluitvorming organiseren. Ik zou graag zien dat het Forum voor Democratische Ontwikkeling ook op dat gebied actief wordt. In het grondwetjaar is dit onderwerp ook geregeld aan de orde geweest. Ik licht er één - zij het gewaagd - thema uit. In het Institute of Social Studies is, in een internationaal gezelschap, gediscussieerd over bestuurlijke ongehoorzaamheid van lokale overheden. De vraag was: Is het een bedreiging voor de democratie als een gemeentebestuur meedeelt dat ze een wet niet wenst uit te voeren? Dat zou het begin van een vraagstelling aan het Forum voor Democratische Ontwikkeling kunnen zijn.
Ik ben niet zo gauw gealarmeerd, onze democratische rechtsstaat kan wel een stootje hebben. Hoewel ik een overtuigd decentralist ben, of nee juist omdat ik decentralist ben, zou ik wel eens willen weten of er sprake is van een erosie van de democratie als levensstijl van een samenleving als een dergelijk bestuurlijk gedrag wordt toegelaten. Laten we er nu niet te snelle antwoorden op geven.
Het Forum voor Democratische Ontwikkeling wordt een gezelschap mannen en vrouwen die op een of andere manier blijk hebben gegeven van betrokkenheid bij het onderhoud en de vernieuwing van de democratie. Ze identificeren vraagstukken die opgepakt moeten worden, en zoeken daar vervolgens instellingen bij die met zo'n vraagstelling aan de gang willen gaan. Dat kunnen bijvoorbeeld universiteiten zijn als het gaat om onderzoek, of wetenschappelijke bureaus van politieke partijen of bestaande discussieplatforms als het gaat om publieksdiscussies.
Het Forum doet zelf geen uitvoerend werk, want de bedoeling is uitdrukkelijk dat de bestaande instellingen en netwerken gestimuleerd worden. In mijn visie is het Forum een tijdelijke zaak. Als het gaat zoals ik me voorstel, moeten we het Forum bij de viering van 155 jaar Grondwet, dus over 5 jaar, weer kunnen opheffen.
Het Ministerie van BZK heeft geen inhoudelijke vinger in de pap bij het Forum. Wij maken het financieel mogelijk, maar verder zullen we stimulerend deelnemen.
Ik heb reeds een aantal prominente deskundigen bereid gevonden om dit Forum voor te bereiden. Onder voorzitterschap van professor Zijderveld zullen de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en de voorzitter van het Nationaal comité 4 en 5 mei dit Forum verder vorm geven. Ik prijs me zeer gelukkig met deze bereidheid en wens deze oprichtingsgroep veel succes toe.
We zullen het Forum voorzien van vragen op het gebied van de democratische ontwikkeling, want daarvan hebben we er veel. Is dit niet een bijzonder compliment aan het einde van de 150 jaar Grondwet viering namelijk dat er meer levende vragen zijn dan voorheen. Een democratie die vitaal is, is nieuwsgierig, moet het hebben van nieuwsgierige burgers. Die nieuwsgierigheid bevorderen is het doel van het Forum voor Democratische Ontwikkeling.
Geen activiteiten in de komende periode gevonden.