Van dreumes naar reus.
De grote aandacht die de media momenteel schenken aan de koers van de PvdA, in het licht van de nominatie van Jan Pronk voor het voorzitterschap, wettigt de verwachting dat hier iets wezenlijks aan de hand is. Niets is minder waar, omdat hier slechts gesproken kan worden van een goedkope mediahype. Een sprekend voorbeeld daarvan was NOVA-politiek van afgelopen vrijdag (31 augustus), waarin Joost Karhof alle kandidaat-partijvoorzitters aan de tand voelde. Daarbij volledig voorbijgaande aan het feit dat met geen van de gegadigden ook maar enig zicht zal ontstaan op het humane vredesideaal dat ons (als mensheid) voor ogen stond, bij de oprichting van de VN in ’45. De vreedzame mondiale samenleving waarin mensenrechten voor zaken (partijpolitiek en economisch gewin) gaan en partijen elkaar niet langer de tent uitvechten, maar - in het belang van het algemeen – harmonieus samenwerken, zonder dat levens- en /of wereldbeschouwelijke concessies worden verlangd.
In zijn boek Aan de kiezer, ergert premier Balkenende zich aan het gebrek aan maatschappelijk engagement bij de intellectuele voorhoede in Nederland. Wat die ergernis betreft had hij zich beter kunnen richten tot de spraakmakende elite in medialand, die hoe langer hoe meer de politieke agenda bepaalt zonder zich over de consequenties daarvan het hoofd te breken. Zij signaleren immers maatschappelijke misstanden en behoeftes, waar de politiek niet om heen kan, in het belang van haar eigen ongeloofwaardigheid! Langzaam maar zeker evolueert ons maatschappelijk bestel dan ook van een parti- naar een mediacratie. Jammer genoeg spelen de media niet in op dit onomkeerbare politieke evolutieproces, getuige de ruime aandacht die wordt besteed aan de komende verkiezingen, in plaats van aan de ombouw van de parti- in mediacratie. Wel begrijpelijk overigens omdat met name de BN’ers van de tv hun goed betaalde baan en aanzien geheel te danken hebben aan de particratie, dus geen enkel belang hebben bij het aanzwengelen van een publiek debat over de ombouw van ons gedateerd bestel tot een bijdetijds bestel, waarmee de grote maatschappelijke problemen adequaat kunnen worden aangepakt.
Voor de creatie van een vruchtbare vertrouwensrelatie tussen burger en politiek, is meer nodig dan constitutionele vernieuwing, waarvoor het kabinet de zogeheten Nationale Conventie heeft ingesteld. Met dat meer denk ik aan een publieke discussie over de 19e eeuwse partijpolitieke leest waarop ons bestel is geschoeid. Deze is simpelweg te smal om het vertrouwen van de burger in de politiek waar te maken, omdat de grote (wereld-)problemen waar wij – als burgers – dagelijks mee geconfronteerd worden de partijpolitiek overstijgen. Via verkiezingen zijn ze daardoor niet op te lossen.
Geen activiteiten in de komende periode gevonden.