Samenvattend essay: Europees Leiderschap

Nieuws

 
1-03
 Politiek Café Europa heeft tot doel de discussie te stimuleren  waarin de werking van Europa op lokaal niveau centraal staat en... Lees meer...
 
23-02
  Fotowedstrijd jongeren over de euro De euro is nu de munt van 329 miljoen EU-burgers. In het kader van het PRINCE-voorlichtingsprogramma... Lees meer...
 
22-01
Website 'Europa om de hoek' gelanceerd War doet de Europese Unie voor Nederland? Wat gebeurt er met Europees geld? De website www.europaomdehoek.nl... Lees meer...

Activiteiten

Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.

ShareThis

 

  

Jean Monnet

Europees leiderschap 

“Langzaam drong het tot me door, dat de scheidslijn tussen goed en kwaad niet dwars door straten loopt, niet dwars door maatschappelijke klassen en zelfs niet door politieke partijen – maar dwars door het hart van ieder mens” (Alexander Solzjenitsyn) 

Het zijn de onvoorzienbare daden van mensen die de geschiedenis bepalen.” (André Fontaine)

 anleiding

Naar aanleiding van de 7e directe verkiezingen voor het Europese parlement in 2009 heb ik van 36 politieke Europese leiders een portret geschetst. De keuze voor deze 36 was niet willekeurig. In de eerste plaats heb ik gekeken naar humaniteit: wat is de prestatie geweest op het gebied van democratie, mensenrechten, vrede, welvaart, welzijn. Spreiding van land, tijd en politieke richting zijn andersoortige criteria. Bovendien is het portret (een korte politieke biografie) van de week of maand van publicatie gewijd aan een leider van wie de geboortedag in die periode viel.

Tijdens het schrijven was het prettig om regelmatig de drijfveer en inspiratie van de geportretteerde na te voelen.   

Grundtvig

Het is mij vooral gegaan om bijdragen aan constructieve samenwerking in Europa waaronder aan de opbouw van de Europese Unie (EU). Daarom past ook de oudste geportretteerde, Nicolai Grundtvig, in het rijtje. Grundtvig leefde in de 19e eeuw, een tijd waarin een verenigd vredelievend Europa een volstrekte utopie leek. In zijn tijd sprak hij zijn landgenoten aan met zijn ideeën en voorstellen over vorming en scholing, toegankelijk voor iedereen. Zijn pleidooi heeft niet aan actualiteit ingeboet en internationaal gehoor gekregen, mede gelet op het ontwikkelingsprogramma van de EU dat naar hem is genoemd.

Monnet

De geschiedenis van de EU in ogenschouw genomen, rijst allereerst de figuur van Jean Monnet op. Ik heb hem niet geportretteerd omdat over hem al goede online informatie beschikbaar is, bijvoorbeeld van de Atlantische Commissie en de bespreking van zijn biografie door de NRC. Monnets voortdurende voorstellen voor structurele samenwerking in Europa zijn van die onvoorzienbare daden die de geschiedenis hebben bepaald. Of, in de woorden van president John F. Kennedy: “Door uw inspiratie heeft Europa in minder dan twintig jaar meer naar eenheid bewogen dan in duizend jaar daarvóór. (...) U verandert Europa door de macht van een opbouwend idee.” Voor Monnet ging het om het verenigen van mensen, niet om een samenwerkingsverband van staten.

Vaders

Het is opvallend dat de ‘vaders’ van Europa, behalve Monnet, allen (Adenauer, Bech, Beyen, De Gasperi, Schuman, Spaak) afkomstig zijn uit het gebied dat ooit behoorde aan Lotharius, de kleinzoon van Karel de Grote. Zij bestreden daarnaast, ieder op eigen wijze, de nazi’s. Het overgangsgebied tussen Duitsland en Frankrijk, meer dan een millennium een toneel van oorlogen waarvan de laatste twee de verschrikkelijkste, lijkt nu eindelijk een vredelievende bestemming te hebben gekregen. Het verbond uit 1963 tussen beide landen, gesloten door Adenauer en De Gaulle, is daarvoor een sterke basis.

De Europese gemeenschap is overigens alleen uitvoerbaar geweest door de voortdurende steun van de drie hoofdstromen in de Europese politiek: de christen-democraten, de sociaal-democraten en de liberalen. Zowel in de landen die oorspronkelijk de gemeenschap vormden, als in die zich later aansloten. De meeste geportretteerden behoren tot een van de hoofdstromen.

Ostpolitik

Monnet zag Willy Brandt als zijn potentiële opvolger als aanjager en inspirator. En inderdaad, ofschoon Monnets actiecomité een stille dood is gestorven, heeft Brandt net als Monnet de Europese samenwerking een grote impuls gegeven. De ‘Ostpolitik’ van Brandt en de zijnen, onder wie Egon Bahr, heeft de deur naar Oost Europa krachtig geopend. De Helsinki-akkoorden die daarvan een resultaat zijn, zijn door vele ‘dissidenten’ – zoals Patočka, Grigorenko, Macovei, Chornovil - aangegrepen om op te komen voor mensenrechten en hun stalinistische regeringen onder druk te zetten.

Democratische geest

Onder invloed van de kracht van de Poolse beweging Solidarnosc en door de destalinisatie van Gorbatsjov (wiens daden al evenmin voorzienbaar zijn geweest) kwam in Oost Europa de democratische geest uit de fles. Dit proces bleek onstuitbaar. Onder meer arbeiders (Anna Walentynowicz, Walesa), geleerden (Kazulin, Succow) en schrijvers (Göncz, Havel, Meri) gingen en gaan moedig de confrontatie aan met hun autoritaire regimes. Uitgewekenen kwamen terug (Adamkus,  Mazowiecki, Vaira Vīķe-Freiberga, Wurmbrand). Toetreding tot de NAVO en de EU was voor hen, soms tot onze verwondering, een vanzelfsprekende wens. Zijn wij in het westen misschien verwend?

Joegoslavië

In de periode tussen de val van de Berlijnse Muur en de aanslag op de Twin Towers (9 november 1989 – 11 september 2001: het tweede interbellum) stelde het uiteenvallen van Joegoslavië, meer dan elke andere uitdaging, de Europese veerkracht op de proef. Niet voor het eerst in de geschiedenis, het is immers al vaak ‘onrustig op de Balkan’ geweest. De vonk voor de Eerste Wereldoorlog ontbrandde in Sarajewo. In de Tweede Wereldoorlog lukte het de Joegoslaven zich deels van de nazi’s te bevrijden; Churchill had lange tijd een voorkeur om de bevrijding van het Europese vasteland te laten beginnen met een grootscheepse landing in Joegoslavië.

Na Tito’s dood kreeg destabilisatie de overhand.

De portretten van Djindjic en Šekerinska geven een indruk van de inzet van democratische en vredelievende mensen en hun organisaties in voormalig Joegoslavië zelf. De inspanningen van Mazowiecki, Theodorakis, Ahtisaari, Lindh en Ashdown zijn voorbeelden van de constructieve krachten die van buiten het gebied kwamen. Pas met hulp van de Verenigde Staten kon het oorlogsgeweld worden beëindigd. Inmiddels zijn de vorderingen dusdanig dat alleen inwoners van Bosnië/Hercegovina (en Kosovo) nog verplicht zijn om voor een bezoek aan een EU-land een visum aan te vragen.

Oost Europa

Het proces van democratisering is ook in andere delen van Oost Europa nog geen gelopen race, gezien de onderdrukking in Wit-Rusland (Kazulin), het gebrek aan respect en ruimte voor minderheden en de daarmee in verband staande sinistere aanslagen in Rusland (Starovoitova, Politkovskaya, Markelov) en de gespannen situatie in het Zuid Oosten van Europa (Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Turkije/Koerdistan). Bovendien is het uitbannen van corruptie een zware opgave - het ministerschap van Macovei is daarvan een voorbeeld. Zelfs in de Brusselse organen van EU duikt het corruptiemonster op, zoals Van Buitenen aantoonde.   

De Europese Unie en Rusland ontwikkelen zich verschillend. Bij de EU is sprake van een trage, vaak moeizame weg om – vrijwillig van ‘onderop’ en met ruimte en rechten voor minderheden - aan datgene wat bindt de voorrang te geven boven dat wat scheidt. Een patroon waarin ook de voormalige satelliet-staten van de Sovjet-Unie, zoals Polen, Tsjechië en Hongarije, zich (hebben te) schikken. Bij Rusland is nog steeds sprake van een overheersend autoritair centralisme, met machtspolitiek en onderdrukking van ‘dissidenten’ en minderheden als kenmerken. Door onder meer de afhankelijkheid van Russisch gas en olie is de EU beperkt in haar middelen om democratie en mensenrechten te bevorderen bij haar oosterse buur.

Milieu

Een vuile en langdurige nalatenschap van het communisme zijn de verouderde kerncentrales in diverse Oostblokstaten. De EU heeft de ontmanteling daarvan als vaste toetredingseis gesteld (onder meer in Bulgarije, Litouwen). Italië en Oostenrijk wezen al in een vroeg stadium kernenergie als bruikbare energiebron af.

In Estland keerde Lennart Meri zich tegen een andere potentiële verontreiniging, de winning van fosfor.

Duurzaamheid en milieu staan of stonden bij veel Europeanen, zoals Ahtisaari, Brundtland, Lindh en Robinson, hoog in het vaandel. Hun lidmaatschap van een internationale pressiegroep als de Club van Madrid, heeft helaas in Kopenhagen niet geleid tot een stevig klimaatakkoord.

Europa in de wereld

Europa heeft uit het tijdperk van kolonialisme een pijnlijke erfenis van armoedige, onsamenhangende en stagnerende (buur)landen overgehouden. Als het werelddeeel al niet via diplomatieke weg aan deze erfenis wordt herinnerd, dan wordt het wel daarmee door de dagelijkse immigranten– en vluchtelingenstroom geconfronteerd.

Al de geportretteerde leiders zijn internationaal actief (geweest). Sommigen, zoals Mendès-France en Spaak, direct op het terrein van dekolonisatie, anderen op het gebied van internationale samenwerking en hulpverlening. Zo lanceerde Kreisky een voorstel voor een Marshall-plan voor de derde wereld, zorgde Robinson voor internationale noodhulp, organiseerde Bonino een conferentie over democratie en mensenrechten in Jemen, bevorderde Kubiš de vrede in Tadzjikistan en veroordeelde Lindh de Amerikaanse inval in Irak.

Echter, zolang de EU eigen producten subsidieert, hoge invoertarieven voor industriële eindproducten hanteert en overtollige voedselvoorraden en medicijnen op de wereldmarkt dumpt, is er sprake van oneerlijke concurrentie. Voormalige koloniën hebben geen kans om echte ontwikkelingslanden te worden. Verdragen die het tegendeel beogen, zijn onvoldoende gebleken.  

Bovendien wordt ernstige milieuschade toegebracht (bijvoorbeeld oliewinning door Shell in Nigeria), uitbuiting (zoals inzet van kindslaven bij de cacao-winning) en illegale wapenverkoop. Alleen al door import en export is er betrokkenheid daarbij van EU-landen. Maar dergelijke onderwerpen staan nog steeds niet hoog genoeg op de EU-agenda.     

Opmars van vrouwen

Een positieve ontwikkeling begon in Noord West Europa. In 1979 kozen de Britten Margaret Thatcher tot eerste vrouwelijke premier van een Europese natie en in 1980 had IJsland de primeur van de eerste door het volk gekozen vrouwelijke president, Vigdís Finnbogadóttir, gevolgd door Mary Robinson van Ierland. De toetreding van vrouwen tot de hoogste ambten van de nationale en Europese politiek is onstuitbaar, ook in landen met een sterk ‘machismo’-karakter in het Zuiden en Oosten van Europa. Voorbeelden daarvan zijn respectievelijk Estrela en Bonino, en Macovei, Šekerinska en Starovoitova. Deze ontwikkeling heeft soms geleid tot verlegging van accenten en nieuwe beleidsprioriteiten, maar van ‘moeders van een nieuw Europa’ is nog geen sprake.

 

Europese gedachte

Vanaf het ontstaan van de Europese gemeenschappen komt voortdurend de vraag naar boven: hoe verder? Voor velen staat de uitbreiding van democratische en sociale (grond)rechten hoog op de agenda. Anderen vinden dat de balans tussen de EU als economische en als politiek-militaire wereldmacht niet in evenwicht is. Voor een deel zijn deze verschillen te verklaren doordat de EU bovenal als een economische gemeenschap in het leven is geroepen. In tijden van onzekerheid verlangt men terug naar veiligheid, zoals het gevoel van nationale eenheid. Andere grote democratiën als de Verenigde Staten en India hebben als voorbeeld een beperkte waarde.

Wat is Europa? Wie voelt zich Europees (staats)burger?

Maar: “zonder Thomas van Aquino geen Erasmus, zonder Erasmus geen Voltaire. Uiteindelijk is de eenheid van Europa geen ideaal, maar een lang bestaand feit.” (Ortega y Gasset).

En: “er staat ons nu zeker een moeilijke periode te wachten waarin populisme en nationalisme de toon aangeven. (...) Veel tegenstanders van  Europa zeggen dat de Europese gedachte gebaseerd is op een naïef optimisme. Het tegendeel is waar. Ze is gebaseerd op een helder begrip van waarom het in de Europese geschiedenis zo vaak is misgegaan.” (Timothy Garton Ash).

Uiteindelijk wordt de gedachte van Europese samenwerking gedragen door miljoenen Europeanen en hun organisaties. De geportretteerden zijn vertegenwoordigers daarvan. Niet meer en niet minder. 

Koert Vrijhof

Bron foto: www.ec.europa.eu