Geboren: Parijs, 11 januari 1907 (Gestorven: Parijs, 18 oktober 1982)
Pierre Mendès-France is een van de politici die – terecht of niet – voor velen vooral een belofte is (gebleven). Zoals Aung San Suu Kyi, Dubcek, Hanan Ashrawi, Hatta, Hugh Gaitskell, Mossadeq, Ramaphosa en Sun Yat Sen.
Zijn imago ontleent Mendès-France voornamelijk aan zijn anti-koloniale beleid. In 1954 werd Frankrijk geconfronteerd met een zware militaire nederlaag tegen de onafhankelijkheidsstrijders in Indo-China (Cambodja, Laos en Vietnam). De Franse regering trad af. Mendès-France had als parlementariër het koloniale beleid voortdurend bekritiseerd. Als premier van een nieuw, centrum-links kabinet, begon hij vredesbesprekingen die resulteerden in het het vertrek van de Fransen uit Indo-China. Zijn kabinet begon ook met de dekolonisatie van Tunesië en Marokko.
In hetzelfde jaar was de oprichting van de Europese Defensie Gemeenschap (EDG) aan de orde. De EDG hield de vorming van een West-Europees supranationaal leger in, dus ook met deelname van Duitse soldaten. De meerderheid van het Franse parlement vond echter dat de dreiging van de Sovjet-Unie na de dood van Stalin was verminderd, en oordeelde dat er daarom eigenlijk geen behoefte meer was aan de EDG. Wel gaf Frankrijk in 1955 het groene licht voor de toetreding van West-Duitsland (Bondsrepubliek Duitsland, BRD) tot de veel ‘lichtere’ verdedigings- en veiligheidsorganisatie ‘West-Europese Unie’ (opgericht in 1948 na de communistische machtsovername in Tsjecho-Slowakije) en tot de NAVO.
Mendès-France was weliswaar voorstander van Europese samenwerking, maar hij was geen supranationalist. Zo wilde hij de bevoegdheden van de Hoge Autoriteit van de EGKS verzwakken ten gunste van de intergouvernementele ministerraad. In die zin kwamen zijn opvattingen overeen met zijn politieke tegenstander en latere opvolger De Gaulle.
Het kabinet van Mendès-France kwam al in februari 1955 ten val, nadat zijn plannen voor onderhandelingen met Algerijnse nationalisten door het parlement afgewezen. De val van dit kabinet past in de Franse naoorlogse traditie van voortdurende politieke crises en elkaar snel opeenvolgende regeringen (de Vierde Republiek). Pas met het aantreden van De Gaulle in 1958 als president kwam een einde aan die instabiliteit (Vijfde Republiek).
Na het vertrek van Mendès-France kwam er ruimte voor een initiatief van ministers van Buitenlandse Zaken, onder wie de Nederlander Beyen, dat leidde tot de oprichting van de EEG.
Vanaf 1958 was Mendès-France de hoop van democratisch links op een regering zonder De Gaulle, maar het lukte hem pas in 1967 weer een parlementszetel te veroveren. In mei 1968 werd hij populair bij de in opstand gekomen Franse studenten. Een jaar later, na het vertrek van De Gaulle, zag presidentskandidaat Gaston Deferre in hem zijn eerste minister, maar de verkiezingen verloor Deferre jammerlijk (slechts 5 % van de stemmen). Tijdens latere presidentsverkiezingen steunde Mendès-France Mitterrand.
Tegenstanders noemden hem hardnekkig Monsieur Mendès. Een adellijk parlementslid verweet hem dat hij vanwege zijn joodse afkomst niet ‘France’ kon heten. Mendès-France antwoordde: ‘Mijnheer de graaf, staat u mij toe u erop te wijzen dat, terwijl mijn voorouders na de oorlog van 1870 de Elzas verlieten vanwege hun loyaliteit met Frankrijk, uw voorouders zich in 1792 aansloten bij de graaf van Brunswick om tegen Frankrijk te strijden’ (bron: Wikipedia).
Na een langdurige ziekte stierf Mendes-France op 18 oktober 1982.
Citaat: “De politieke deugd is het gevoel dat een menslievend leven altijd geamputeerd is als het beperkt blijft tot een individuele horizon.” Met andere woorden, een persoon die zich aan het openbare leven onttrekt, doet zichzelf en de samenleving tekort.
Geen activiteiten in de komende periode gevonden.