Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.
Occasional Commentary European Affairs # 1
Rob Boudewijn, Politiek legt verkeerde prioriteiten in debat en de leugen regeert!
De politieke campagne voor de verkiezingen op 9 juni is volledig op stoom gekomen en het is opvallend dat de politieke partijen zich vooral concentreren op het voorkomen van fouten in plaats van een inhoudelijk debat te voeren. Als er al sprake is van debat, dan staan nationale heilige huisjes zoals de hypotheekaftrek of de kilometerheffing centraal. Het is verbijsterend om te constateren dat internationale
ontwikkelingen, en dan vooral Europese, geen enkele rol in het debat spelen, terwijl Nederland als open (export) economie meer dan ooit gebaat is bij “Europa”. Wie zou verwachten dat de Nederlandse inzet in Europa prominent zou fungeren in de partij programma’s komt bedrogen uit. Op een enkele uitzondering na komt Europa in de partijprogramma, die qua omvang variëren van een kleine 100 pagina’s tot de helft
daarvan, in het laatste hoofdstuk in een enkele pagina aan de orde. Als Europa al besproken wordt, nemen meerdere partijen daarnaast nog een loopje met de waarheid door maatregelen te suggereren die (juridisch) niet uitvoerbaar zijn. De nationaal-centralistische tendensen zijn niet alleen kortzichtig, maar vallen bovendien niet te rijmen met internationale ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de Euro-crisis en de daaruit voortvloeiende noodzaak om het integratieproces politiek-economisch te intensiveren, de reddingsoperaties van (internationale) banken, de grensoverschrijdende misdaad, de Europese aanpak van de klimaatverandering, het internationale terrorisme en de Europese energie afhankelijkheid. Of de Euro
gaat standhouden zal van veel grotere invloed zijn op de toekomst van de Nederlandse economie dan welke financiële doorrekening van de partijprogramma’s door het CPB dan ook. Op D66, Groen Links en in mindere mate CDA na, wordt Europa nagenoeg genegeerd, dan wel als zondebok (qua financiën en regelgeving) neergezet en twittert de Nederlandse politiek uitbundig verder over trivialiteiten en ontbreekt iedere visie op een Europese aanpak.
Sterker nog, Europa-sclerose is dé toonzetting in de summiere aandacht die de partijen aan dit onderwerp besteden. Populair onder het merendeel van de politieke partijen is bijvoorbeeld de financiële afdracht aan Brussel: dat moet omlaag, heet het. Gemiddeld betalen EU burgers 160,-- Euro per jaar aan de EU, 50 Eurocent per dag dus. De Nederlandse burger betaalt een paar tientjes meer. De “kostenpost EU” bedraagt ruim 3 miljard Euro op een totale rijksbegroting die afgelopen jaar 270 miljard aan uitgaven kende. Vergelijk dat eens met een enkel departement als VWS dat voor meer dan 60 miljard Euro op de begroting staat, meer dan het twintigvoudige. De eerste, “nooit-meer-oorlog-generatie” had zich geen seconde bedacht of een investering van 1% in blijvende welvaart, democratie en voorspoed een rendabele investering zou zijn. Daarnaast is uit talloze berekeningen bekend dat het Nederlandse BNP dankzij de Europese markt gemiddeld 10% hoger uitvalt en daar valt de afdrachtspositie totaal bij in het niet. Twee andere argumenten pleiten verder nog tegen deze kortzichtige, single issue benadering van een EU die ons alleen maar geld zou kosten. Principieel kan de vraag gesteld worden of het integratieproject ook niet staat, in dit geval dus stond, voor Europese solidariteit? Een meer pragmatische benadering dient daarnaast een verlicht eigenbelang: door het (financieel) ondersteunen van arme(re) regio’s zal de Europese economie als geheel groeien met als gevolg verbeterde exportkansen voor het Nederlandse bedrijfsleven!
Een andere populaire schietschijf is de verdere uitbreiding van de EU. Het merendeel van de partijen hanteert stoere spierballentaal: uitbreiding is niet aan de orde, omdat hiervoor geen draagvlak onder de kiezer bestaat. Spreken politici hier niet met meel in de mond? Waren het immers niet dezelfde politici die voorgaande uitbreidingen, met name de meest recente (Roemenië en Bulgarije) goedkeurden terwijl bekend was dat deze landen absoluut niet aan de toetredingscriteria voldeden? Omdat politici eerder marchandeerden met de regels, heeft het uitbreidingsbeleid, hét succesnummer ter verspreiding van rechtsstaat en democratie, nu aan geloofwaardigheid verloren onder de kiezers en wordt de boodschap bij de kandidaten neergelegd in plaats dat politici de hand in eigen boezem steken. Europa dus als de spreekwoordelijke zondebok. De toekomst van de Nederlandse economie wordt bepaald door de Europese context, maar de kiezer wordt in debatten alleen geconfronteerd met geneuzel over nationale cijfers: de Europese context wordt stelselmatig genegeerd. De boodschap is dan ook: communiceer eerlijk en open over de voordelen van het Europees integratieproject in plaats van “Europa” opportunistisch als makkelijke zondebok voor binnenlandse kwalen te kiezen. Negatieve effecten hoeven daarnaast niet verbloemd te worden, maar laat niet de leugen regeren zoals nu in talloze partijprogramma’s, waarin initiatieven worden voorgesteld die simpelweg niet uitvoerbaar zijn.
De SP maakt het in deze context bont door te pleiten voor een herinvoering van de visumplicht voor werknemers uit oost Europa, wat haaks staat op een van de meest robuuste peilers van het EU beleid: het vrije verkeer van personen. In lijn hiermee is het standpunt van de VVD, die aandringt dat Nederland een strenger asiel- en migratiebeleid moet voeren, terwijl het Verdrag van Lissabon de competenties ten
aanzien het vrije verkeer van personen en het asiel-en migratiebeleid juist naar Europees niveau heeft getild. De opt-out die de liberalen Paul de Krom en Stef Blok bepleiten, lijken dan ook vooral voor de electorale bühne bedoeld, omdat dit simpelweg in strijd is met niet alleen EU maar ook universele VN verdragen. Dit liberale standpunt lijkt vooral bedoeld om potentiële PVV-kiezers te paaien, maar is dus niet uitvoerbaar. Waar was bovendien deze liberale kritiek tijdens de onderhandelingen over het Verdrag van Lissabon? Subtiel is ook de one liner van de PVV: Turkije er in, Nederland er uit. Zes woorden die opgeblazen lucht zijn: uittreding is verdragstechnisch niet mogelijk!
De SGP haalt nog wat oude koeien van stal: Turkije kan niet toetreden omdat het een islamitische bevolking en cultuur kent en dus geen Europese identiteit. Volgens deze argumentatie zijn de kansen voor bijvoorbeeld Albanië dan nagenoeg nihil. Met de rel rondom prinses Maxima in gedachten, die vraagtekens plaatste bij het bestaan van een Nederlandse cultuur en identiteit, is de SGP bij deze van harte uitgenodigd om een definitie te geven van “Europese cultuur”: zit er juist niet veel waarheid in de
EU definitie “Eenheid in verscheidenheid”? Deze partij kiest dus ook opportunistisch voor het simpelweg ontkennen van internationale verplichtingen: Turkije is sinds 1999 officieel kandidaat-lidstaat van de EU en de toetredingsonderhandelingen zijn al 5 jaar gaande. Opschorten en opzouten dan maar? Het unilateraal opzegen van verdragsverplichtingen zou de spreekwoordelijke doos van pandorra openen met
een nieuwe wereldorde die anarchie en chaos als kenmerken heeft. Het stabiliserend effect van (toekomstig) EU lidmaatschap in een potentieel explosieve regio wordt door de SGP dus niet op prijs gesteld.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden uit een hele reeks waar de Europese en/of internationale verdragafspraken vanuit electoraal belang door politici even onder het tapijt worden geschoven. Waarom presenteren partijen standpunten in hun programma’s die niet realistisch laat staan uitvoerbaar zijn? Zijn politici zich dan werkelijk niet bewust van de internationale verdragverplichtingen die ze zelf zijn aangegaan? De kiezer kiest op basis van politieke standpunten en als die dan niet uitvoerbaar blijken dan is dat een schot in eigen voet. Waarom het electoraat een worst voor te halen die nooit geconsumeerd kan worden? Het referendum in 2005 over de “Grondwet” was in die zin illustratief: tweederde van de politici was vóór, tweederde van het electoraat tegen. Hebben de politici hieruit dan geen enkele les
geleerd? Net als tijdens de oliecrisis in de jaren zeventig en de nationale reactie op de internationale bankencrisis, regeert de nationale illusie, innig gekoesterd door politici, die pretenderen achter de Hollandse dijken zélf het beleid te kunnen maken. De ontkenning van de Europese realiteit zal resulteren dat de nationale politiek andermaal aan geloofwaardigheid zal inboeten.
Rob Boudewijn is directeur van de ECORYS Academy en oprichter van het Europa-instituut.nlDit commentaar is op persoonlijke titel geschreven.
Dit Occasional Commentary European Affairs # 1 is op 8 juni 2010 gepubliceerd op de website van het Europa-instituut.nl
ShareThisGeen activiteiten in de komende periode gevonden.