Nicolaï vreest teruggang naar jaren '50

Nieuws

 
15-03
Ambtenaren: Opkomstplicht moet terug De opkomstplichtplicht bij verkiezingen moet weer worden ingevoerd. Die stelling wordt ondersteund door meer... Lees meer...
 
2-03
Het Debatbureau begint na de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart met een digitale Spoedcursus Politiek. Het vak van een politicus verandert snel,... Lees meer...
 
1-03
Debatreeks ‘parlementaire zelfreflectie’: Hernieuwd vertrouwen?   Op 1 maart staat het laatste debat in de debatreeks Parlementaire... Lees meer...

Activiteiten

Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.

ShareThis

Op vrijdag 19 januari 2007 vond in Het Heerehuis in Groningen alweer het derde debat in de debatreeks 'De Staat van Onze Democratie' plaats, naar aanleiding van het gelijknamige trendrapport van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Deze debatreeks is een initiatief van het Forum van Democratische Ontwikkeling (FDO) in samenwerking met BZK en de Vereniging Nederlandse Debatcentra (VND). Het debat van 19 januari is op touw gezet door het Groningse Politieke en Culturele Debatcentrum DwarsDiep. Hieronder een verslag van de avond:

Centraal onderwerp van de avond was de vrijheid van meningsuiting. Is deze voor iedereen hetzelfde, waar liggen de grenzen en staat de vrijheid van meningsuiting onder druk? Over deze en andere vragen debatteerden onder leiding van RUG-filosoof Hans Harbers:

- Atzo Nicolaï, minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties
- Afshin Ellian, hoogleraar sociale cohesie, burgerschap en multiculturaliteit aan de Universiteit Leiden
- Pieter Sijpersma, hoofdredacteur van het dagblad van het noorden
- Bas van Stokkom, socioloog en onderzoeker bij het Centrum voor Ethiek van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Gastcolumnist Ron van Zonneveld, taalkundige en oud-columnist van onder andere de universiteitskrant UK, gaf tussendoor een pittige column over de mogelijkheden van het internet.

 

In de zaal zitten al ruim voor acht uur meer dan 120 mensen. Een debat over de Vrijheid van Meningsuiting heeft misschien dankzij de kerstboodschap van de Koningin en de daarop volgende  gedachtewisseling op de opiniepagina’s kennelijk de belangstelling van het Groningse publiek gewekt.

 

In zijn inleidende woorden schetst debatvoorzitter Hans Harbers de contouren van dit klassieke grondrecht. De Vrijheid van Meningsuiting is belangrijk – het staat niet voor niets in de Nederlandse grondwet – maar het is niet onbegrensd.  Er zijn andere grondrechten die soms strijdig zijn met de Vrijheid van Meningsuiting – het non-discriminatiebeginsel bijvoorbeeld. Er zijn strafrechterlijke grenzen zoals opzettelijk beledigen of haatzaaien. En er zijn morele normen die de Vrijheid van Meningsuiting begrenzen.

 

Als eerste krijgt Minister Atzo Niocolaï het woord. Het is volgend hem helaas maar al te noodzakelijk het ook in 2007 over dit grondrecht te blijven hebben. Vandaag is in Istanbul de journalist Hrant Dink vermoord, waarschijnlijk vanwege zijn standpunten inzake de Armeense genocide. Ook in Nederland hebben we de afgelopen jaren enkele betreurenswaardige incidenten gekend. Volgens Nicolaï is er momenteel in Nederland sprake van een krampachtige houding tegenover de Vrijheid van Meningsuiting. Hij vreest zelfs een teruggang naar de verstikkende sfeer van de jaren vijftig. En hoe sterk de Vrijheid van Meningsuiting ook is verankerd in de wet en in de harten van veel mensen, we moeten niet de fout maken te denken dat de Vrijheid van Meningsuiting ooit vanzelfsprekend is: we moeten haar telkens blijven bevechten. Bijvoorbeeld op de tendens in de publieke opinie om te denken dat - gezien de toenemende tegenstellingen tussen bijvoorbeeld moslims en niet-moslims - het raadzaam zou zijn om het tijdelijk wat rustiger aan te doen met de Vrijheid van Meningsuiting. Volgens Nicolaï is dat juist contraproductief. Een groeiende verdeeldheid tussen groepen in de Nederlands samenleving noopt tot een vergroting van de Vrijheid van Meningsuiting. Want er is geen betere brug denkbaar tussen gescheiden groepen dan juist de ongestoorde uitwisseling van ideeën.

 

Zeker politici zouden pal moeten staan tegen elke beperking van de Vrijheid van Meningsuiting. Als er opiniemakers of publicisten worden bedreigd dan past het politici om daar onmiddellijk afstand van te nemen – ook al is men het met de inhoud van de uitlatingen of de stijl ervan niet eens. Dat geldt niet alleen politieke uitlatingen, maar ook culturele. Nicolaï gispt en passant de proefballon van zijn collega Donner om de kruisigingsact van popster Madonna te verbieden. De Vrijheid van Meninguiting geldt juist ook onthutsende, schokkende en niet-rationele onderwerpen.

De hamvraag van de avond, is de Vrijheid van Meningsuiting het hoogste goed, wordt door Nicolaï dus met een volmondig ja beantwoord.

 

De van origine Iraanse strafrechtgeleerde en publicist Afshin Ellian – hij is niet zonder reden met twee bewakers naar Groningen afgereisd - krijgt als tweede het woord. Ellian kan zich goed vinden in de woorden van de Minister. Hij vraagt de zaal of die zich uit de jaren negentig van de vorige eeuw debatavonden als deze over de Vrijheid van Meningsuiting kan herinneren. Dat blijkt niet het geval en dat is volgens Ellian veelzeggend. De Vrijheid van Meningsuiting is de afgelopen jaren afgenomen, getuige bijvoorbeeld de vele verzuchtingen van publicisten en cabaretiers om bepaalde onderwerpen niet meer aan te snijden en een scherpe toon te matigen – louter vanwege de mogelijke of daadwerkelijke bedreigingen die er het gevolg van zijn.

Er zijn terechte grenzen aan de Vrijheid van Meningsuiting, maar die moeten vooral juridisch van aard zijn. Opzettelijk beledigingen door het gebruik van scheldwoorden - bijvoorbeeld de term “takkewijf” (waarmee Zalm zijn collega Verdonk ooit eens omschreef) - kunnen niet, oproepen tot geweld of het zaaien van haat evenmin, maar iemand een charlatan noemen, of beweren dat overal waar het Christendom groeit, de misdaad toeneemt, dat soort uitlating, daar moet alle ruimte voor zijn. En dat is de ruimte die ook door denkers als Pascal, Nietzsche en Spinoza is geclaimd. Overigens was de beroemde Vrijheid van Meningstuiting in zeventiende eeuws Nederland vooral ingegeven door de koopmansgeest van de Nederlanders en minder door hun wens dat ook landgenoten van de geschriften van bijvoorbeeld Pascal kennis zouden nemen.

Tot slot van zijn korte inleiding doet Ellian een beroep op alle aanwezigen om moslims alle vertrouwen te schenken en ze net zo te behandelen als christenen.

 

Het derde forumlid is Bas van Stokkom, ethicus uit Nijmegen. Hij ziet juist helemaal geen teruggang van de Vrijheid van Meningsuiting. Integendeel. Disciplines als de onthullingsjournalistiek bloeien als nooit te voren en ook dankzij zijn onderzoek naar shocklogs en hatesites op internet weet Van Stokkom dat Nederlanders juist steeds minder een blad voor de mond nemen.

Hij vindt de bedreigingen die sommige leden van de spraakmakende elite ten deel vallen niet goed te praten, maar vraagt zich wel af wat er de beste remedie tegen is. Nog meer Vrijheid van Meningsuiting, met nog grievender vormen van kritiek, zoals de Minister voorstelt? Volgens Van Stokkom drijft dat de tegenstellingen juist op de spits. Iedereen weet dat je alleen tot elkaar kunt komen en tegenstellingen kunt overbruggen als je een bepaalde wellevendheid  in acht neemt. Het is moeilijk je ongelijk te bekennen aan iemand die je net nog voor van alles en nog wat heb uitgemaakt.

De Minister kan volgens Van Stokkom zijn energie dan ook beter richten op het vergroten van de weerbaarheid van groepen mensen die nu moeite hebben met de - in hun ogen  - ongebreidelde Vrijheid van Meningsuiting die Nederland kent. En hij zou wat meer nadruk moeten leggen op het houden van je fatsoen wat nu eenmaal hoort bij het je mengen in openbare discussies.

 

Het vierde forumlid is de hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, Pieter Sijpersma. Volgens hem kent Nederland een enorme gedoogcultuur ook inzake pittige uitlatingen – en juist buitenlanders snappen dat gedeelte van de Nederlandse cultuur niet. Daar komt de toenemende maatschappelijke verruwing nog bij, dus dat sommige moslimgroepen het spoor wat bijster lijken te zijn, dat komt voor Sijpersma niet als een verrassing.

Van lezers krijgt hij regelmatig de vraag of de krant zich wat kan matigen. Het gaat dan vaak om foto’s die bij het ontbijt zwaar op de maag liggen. Omdat Sijpersma’s krant een commercieel product is, trekt hij zich van deze lezerskritiek wel degelijk iets aan.

 

Dan komt de zaal aan bod. Iemand vraagt waarom het ontkennen van de holocaust niet mag. Maar dat blijkt mee te vallen: het is niet strafbaar. Een mevrouw hekelt de Minister die bang is voor een teruggang naar de jaren vijftig, terwijl in die jaren iedereen zijn fatsoen hield. Zouden we vandaag dezelfde hoffelijkheid jegens bijvoorbeeld moslims aan de dag kunnen leggen, dan stond het er met de integratie heel wat beter voor. Nicolaï merkt op dat hij helemaal geen hekel heeft aan fatsoen  - integendeel – maar hij vindt wel dat het stimuleren van meer fatsoen alleen van burgers mag komen en nooit van de overheid. Die kan alleen de wet veranderen of haar handhaven.

 

Dezelfde mevrouw wil weten of de manier waarop het Europese Hof gevoelige uitlatingen op waarde schat – nl. zich de vraag stellen of een uiting het debat dient of niet – een navolgenswaardig criterium is. Ellian moet daar niets van hebben. Hij stelt zich onmiddellijk een commissie voor olv. Ayatollah Khomeiny – of nog erger: een grootinquisiteur – die mag bepalen welke uitingen het debat dienen en welke niet. Want dat is natuurlijk een vraag waarop geen eenvoudige, laat staan eenduidige antwoorden gegeven kunnen worden.

 

Taalkundige en columnist Ron van Zonneveld vindt halverwege de avond de discussie wel interessant, maar niet relevant. Zijn dochter van elf komt op internet zoveel vunzigheid tegen dat een discussie over betamelijkheid en stijl in de openbare meningsvorming veel weg heeft van de vraag of pootjebaden in een pierebad veilig is, terwijl een tsunami dreigt. Maar ook over de atmosfeer in het pierebad heeft Van Zonneveld een opinie. Kwetsen en liegen kunnen de Vrijheid van Meningsuiting toetsen en dat is zinvol. Wat mag en niet, dat verandert ook voortdurend bovendien. Hij haalt nog eens de uitlatingen van Janmaat aan die wegens lichte vergrijpen als de uitlating “vol = vol “(“louter een tautologie”) en “Eigen volk eerst” (“Eerst wat?”) werd bestraft. Dat zijn uitlatingen die gerenommeerde politici uit het politieke midden zich tegenwoordig kunnen veroorloven.

Van Zonneveld is nog altijd onder de indruk van zijn collega Chomsky die een voorwoord schreef in een boek van de Franse holocaustontkenner Robert Faurisson. Niet omdat hij diens mening deelde, maar omdat hij vond dat zelfs dit soort meningen geuit moeten kunnen worden.

Bas van Stokkom heeft een hekel aan dit soort “valse heroïek”. Laten we vooral de vrijheid van meningsuiting beschermen van mensen die zinvol willen debatteren en niet net doen of iedere uitlating evenveel respect verdient.

 

Hans Harbers vraagt zich af of James Kennedy, Amerikaans historicus, gelijk heeft met zijn stelling dat in de jaren zestig vooral de spreker respect diende te betonen en rekening moest houden met zijn toehoorders, terwijl anno nu de tolerantie en het incasseringsvermogen vooral van de toehoorders wordt gevraagd. Zijn we daarin niet te ver doorgeschoten? Veronderstelt met andere woorden, de Vrijheid van Meningsuiting niet een vorm van wederzijds respect? Volgens Ellian niet. Als je een uitlating niet wilt horen dat schakel je de t.v. uit of je stapt op tijdens een debatavond. Nicolaï benadrukt dat je in zulke gevallen kunt grijpen naar de microfoon of de ingezonden brief. De beste reactie op jou onwelgevallige uitlatingen is nog altijd het weerwoord.

Bas van Stokkom vraagt zich af of Nicolaï er niet ten onrechte van uit gaat dat alle mensen wat dat betreft gelijk zijn. Hij denkt van niet. Politici zouden veel meer oog moeten hebben voor de verschillen in capaciteiten die verschillende groepen in de Nederlandse samenleving hebben. Maar Nicolaï wil van geen wijken weten. Zelfs dit soort pleidooien komen nu – met de bedreigde Vrijheid van Meningsuiting – ongelegen.

Maar, wil Hans Harbers weten, is het niet de taak van de overheid te zorgen voor een klimaat waarin zelfs scheldwoorden niet bedreigend zijn voor de samenhang in de samenleving? In een goed huwelijk – het zijne bijvoorbeeld – wordt wel eens gescholden (ten huize van Harbers valt zelfs de term ‘takkewijf’ wel eens), maar dat leidt niet onmiddellijk tot een scheiding. Volgens Nicolaï is de Vrijheid van Meningsuiting niet alleen een gevolg van een gezonde samenleving, ze is er zelfs de belangrijkste constituerend factor voor. Zonder Vrijheid van Meningsuiting ontstaat een gezonde samenleving überhaupt niet.