Losse flodders van Kamerleden zijn schadelijk

Nieuws

 
3-03
De 10 prioriteiten voor het nieuwe kabinet Denktank Prospect organiseert op 22 maart een nieuwe denksessie! Het is verkiezingstijd in crisistijd... Lees meer...
 
22-02
Invloed van de val van Balkenende IV op de gemeenteraadsverkiezingen Welke invloed heeft de val van Balkenende IV op de gemeenteraadsverkiezingen?... Lees meer...
 
24-09
Het kabinet heeft de Tweede Kamer onvoldoende informatie gegeven over de zogeheten Lissabon-strategie. In de jaarlijkse rapporten stonden... Lees meer...

Activiteiten

Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.

ShareThis

De Kamervragen en briefeisen aan het kabinet lopen bij veel bewindslieden en Kamervoorzitter Verbeet de spuigaten uit. Het kost veel geld en vooral ook tijd. Volgens voorzitter van het FDO en parlementair specialist Joop van den Berg verliest het kabinet zo het respect voor het parlement en ,,dat is buitengewoon schadelijk’’. Hieronder een interview met hem, zoals dit verschenen is in het Nederlands Dagblad op 25 oktober j.l.

 

DEN HAAG – Deze week bleek dat Tweede Kamerleden nu al een recordaantal schriftelijke vragen hebben gesteld aan het kabinet: dit jaar al bijna 2700 met een gemiddelde kostprijs van zo’n tweeduizend euro per beantwoorde vraag.

Daar komt bij dat de Kamervoorzitter Gerdi Verbeet donderdag wrevelig opmerkte dat wat haar betreft ook het aantal brieven dat Kamerleden van ministers vragen uit de hand loopt. Voor elke brief die – vrijwel altijd met spoed – geëist wordt, moet een ambtenaar van de Tweede Kamer contact leggen met het betreffende ministerie, en ervoor zorgen dat de beantwoording ook weer op de juiste plaats terechtkomt. ,,Dit legt een grote, te grote druk op het ambtelijke apparaat van de Kamer’’, aldus Verbeet. Zij riep de parlementariërs op zich te matigen in het aantal brieven dat zij van het kabinet vragen.

Sinds vorig jaar is, op initiatief van CDA-Kamerlid Jan Schinkelshoek, een werkgroep Parlementaire Zelfreflectie aan het nadenken over de werkwijze van het parlement. Ook het aantal spoeddebatten – die Kamerleden vrij gemakkelijk met steun van dertig leden op de agenda kunnen zetten – stijgt namelijk hand over hand.

 Flodders

Niemand zal Kamerleden het recht willen ontzeggen vragen te stellen, brieven te eisen of debatten te initiëren. Maar zoals het nu gaat, loopt het de spuigaten uit, zegt prof. dr. Joop van den Berg, emeritus hoogleraar parlementaire geschiedenis, oud-fractievoorzitter voor de PvdA in de Eerste Kamer en adviseur van de parlementaire werkgroep Zelfreflectie.

Met het almaar stijgende aantal vragen en brieven – ,,en de toon waarin die soms zijn opgesteld’’ – bewijst de Kamer zichzelf geen dienst, zegt hij. ,,Kamerleden moeten zich afvragen wat zij daar nu werkelijk mee bereiken. Ze zitten daar niet om de hele dag losse flodders naar het kabinet te schieten.’’

Toch is dat wel de gedachte die Van den Berg in toenemende mate proeft bij kabinetsleden. ,,Het dedain onder ministers voor de Tweede Kamer groeit. Door al die vragen, ontstaat een sfeer van ‘dat stelletje, ze doen maar’.’’

Hoewel Kamerleden dat zelf soms uitlokken, moet het kabinet daarboven staan, vindt Van den Berg. ,,Het kabinet gedraagt zich soms nauwelijks acceptabel ten opzichte van het parlement.’’ Hij wil geen namen of concrete voorbeelden noemen van ministers die in zijn ogen uit de bocht schieten. ,,Maar we belanden langzamerhand wel in een situatie die voor het gezag van het parlement buitengewoon schadelijk kan zijn.’’

 Kattenkwaad

Tegelijkertijd begrijpt Van den Berg goed dat vragen, brieven en spoeddebatten met name voor de (kleine) oppositiepartijen soms de enige mogelijkheden zijn om hun punt te maken en daarmee in de publiciteit te komen.

Desondanks kunnen Kamerleden elkaar een dienst bewijzen als zij zich wat gaan matigen. Dat lijkt Van den Berg beter dan de regels aanscherpen. Verder vindt hij dat er, naast het zware middel van het spoeddebat, ook de mogelijkheid moet komen om een ‘spoed-commissievergadering’ uit te schrijven. ,,Dan kun je hetzelfde zeggen, maar verbruik je

daarmee geen plenaire vergadertijd.’’

Overigens verwacht de hoogleraar dat grote partijen – het CDA deed dit al enige malen – futiele spoeddebatten in de toekomst vaker gaan mijden. ,,Als dat initiatief echt van de grond komt, zul je zien dat het probleem vanzelf afneemt. Als de grote partijen niet meedebatteren, neemt namelijk de mediabelangstelling af. En daar is het politici om te doen.’’

De huidige vloed aan vragen, brieven en debatten hebben volgens Van den Berg ook te maken met het feit dat er momenteel weinig wetgevingsdebatten of andere grote politieke thema’s spelen in de Tweede Kamer. ,,Als je politici niets te doen geeft, gaan ze kattenkwaad uithalen, dat blijkt wel.’’

 

25 oktober 2008 © Nederlands Dagblad