Geschiedenis



Tijdens de Tachtigjarige Oorlog hebben in het zuidelijke deel van Holland ook gebeurtenissen plaatsgevonden, waaronder de inname van Den Briel, op 1 april 1572, de moord op de negentien katholieke geestelijken, bekend als de martelaren van Gorcum in 1572, de Eerste Vrije Statenvergadering op 19 juli 1572, het ontzet van Leiden op 3 oktober 1574 en de moord op Willem van Oranje op 10 juli 1584 in Delft. Na het succesvolle ontzet van Leiden werd de eerste universiteit van het hedendaagse Nederland in Leiden opgericht.

Holland ging de Gouden Eeuw in en bracht onder andere wetenschappers als Anthonie van Leeuwenhoek en Christiaan Huygens, filosofen als Baruch Spinoza en Pierre Bayle en schilders als Johannes Vermeer, Rembrandt van Rijn en Jan Steen voort.

In de negentiende eeuw werden de zandgronden nabij Sassenheim, Lisse en Hillegom afgegraven voor verschillende doeleinden, waardoor geestgronden overbleven die zeer geschikt waren voor de bollenteelt. Zo kwam de grootschalige en internationaal opererende bollencultuur op. Verder vond in de negentiende eeuw de Leidse buskruitramp plaats, wat een groot deel van de binnenstad in Leiden verwoestte. Deze ramp kon als de eerste echte nationale ramp worden beschouwd door de hulp van koning Lodewijk en de rest van het land.
Watersnoodramp van 1953, waarbij in Zuid-Holland 677 mensen omkwamen.

Hoewel al vanaf 1814 de provincie Holland twee Commissarissen van de Koning had, een voor het noorden en een voor het zuiden, werd de provincie in 1840 opgesplitst in een provincie Noord-Holland en Zuid-Holland. Dit werd gedaan, omdat de provincie Holland: bij vergelijking met alle andere te groot was in uitgestrektheid, bevolking, rijkdom en opbrengst. In de loop der jaren werden de Zuid-Hollandse steden Oudewater (1970), Woerden (1989) en Vianen (2002) bij de provincie Utrecht gevoegd.


Zuid & midden



Dit deel van Zuid-Holland bevat nog een aantal voormalige eilanden die tegenwoordig met bruggen, tunnels en dammen met elkaar verbonden zijn. De Zuid-Hollandse eilanden zijn deels verstedelijkt, zo is Rozenburg voor het grootste gedeelte ingericht met de petrochemische industrie en de haventerreinen van Europoort. Het midden van Zuid-Holland kenmerkt zich door een sterke verstedelijking met steden als Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Capelle aan den IJssel, Krimpen, Barendrecht, Spijkenisse en de Rotterdamse haven. Rivieren zijn onder andere de Nieuwe Maas, de Oude Maas, Nieuwe Waterweg en de Brielse Maas. Op Voorne-Putten, ten zuiden van de Rotterdamse haven, is het landschap nog agrarisch en heeft het nog een eigen identiteit met kreken, watergangen, bebouwingslinten, dijken en kreekruggen. Aan de kop van het voormalige eiland bevinden zich duinen en het Oostvoornse Meer.

Ten noorden van Rotterdam is in de zogenaamde B-driehoek (Bleiswijk, Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs) glastuinbouw gevestigd en heeft daarmee een stedelijk karakter. Het zuiden van Zuid-Holland wordt gekenmerkt door grote wateren en rivieren, als de Maas, Haringvliet, Hollandsch Diep, Biesbosch en de Rijn. De rivieren zorgen voor de afvoer van rivierwater en sediment en de aanvoer van water naar de omliggende gebieden. Door de aanvoer van zoet water via de rivieren blijft de instroom van zout water beperkt. Aan de Oude Maas en de Beneden-Merwede ligt een sterk verstedelijkt gebied, de Drechtsteden. Rond de Drechtsteden ligt op de voormalige eilanden IJsselmonde en het Eiland van Dordrecht , landelijke gebieden.

Ook de Hoeksche Waard is een landelijk gebied met weinig verstedelijking, maar in plaats daarvan veel kernen. Ten zuiden daarvan ligt het eiland Tiengemeten, het enige echte eiland dat Zuid-Holland nog heeft. Goeree Overflakkee ligt daar weer zuidelijk van en is voornamelijk agrarisch, met nog enkele natuurgebieden. Op de Kop van Goeree bevinden zich duinen en binnenduinen, ter bescherming van het eiland tegen de Noordzee