Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.

Zoran Djindjic
Geboren 1 augustus 1952 te Bosanski Šamac, Joegoslavië
Gestorven op 12 maart 2003 te Belgrado
Citaat: “Als iemand gelooft dat de ontwikkeling van de rechtsstaat kan worden gestopt door mij te vermoorden, dan vergist hij zich. Want ik ben het systeem niet; het blijft functioneren en niemand zal strafvervolging kunnen ontlopen door het doden van een of twee regeringsleiders.” (‘Politika’, 21 februari 2003)
In de tijd van Djindjics geboorte was Joegoslavië net gestabiliseerd als communistisch-neutrale staat onder leiding van Tito.Stalins pogingen om de Joegoslavische communisten aan hem te doen gehoorzamen, waren mislukt. Deze neutraliteit ging echter niet zover dat niet-communistische partijen, zoals de sinds 1919 bestaande democratische partij, waren toegestaan. Ook niet in de jaren zeventig, toen Djindjic samen met andere studenten zo’n partij wilde oprichten. Dankzij interventie van Willy Brandt en diens goede relatie met Tito ontkwam Djindjic aan gevangenisstraf en kreeg hij de kans om in West Duitsland te studeren. Hij promoveerde bij de filosoof Jürgen Habermas.
Na Tito’s dood (1980) viel Joegoslavië geleidelijk uiteen. Tussen de verschillende deelstaten ontstonden gewapende conflicten. De erfenis van Tito, wel ‘arbeiderszelfbestuur’ maar geen echte democratie, had oude, lang sluimerende tegenstellingen toegedekt doch niet weggenomen. In 1989 kwam Djindjic terug in Joegoslavië om les te geven aan de universiteit van Novi Sad. In de ruimte die ontstond voor nieuwe partijen, behoorde Djindjic tot de heroprichters van de Democratische partij (DP). In 1990 kreeg deze partij zeven zetels in het Servische parlement, waarvan Djindjic er een innam.
Vanaf januari 1994, zijn verkiezing tot voorzitter van de Democratische partij, groeide hij uit tot toonaangevend opponent van Slobodan Milošević, de leider van de socialistische (voorheen communistische) partij.
In 1995 legden Bosnië, Servië en Kroatië hun bloedige conflicten bij dankzij de akkoorden van Dayton. In Servië lukte het met massale demonstraties en politiek gemanoevreer om een de regeringsmacht meer te spreiden en zo een beginnende democratie op te bouwen. Djindjic gold als een pro-westerse democraat, maar zijn opinies werden niet altijd begrepen. Hij verweet Milošević verraad aan de Servische zaak, toen Milosevic besloot afstand te nemen van de Bosnische Serviërs. “Om de steun van de bevolking te hebben moet onze democratie wel traditionele elementen bevatten. Het nationalisme hoort daar bij”, gaf Djindjic destijds als uitleg. “Maar van alle politieke leiders in dit land ben ik de enige die de Europese variant daarvan vertegenwoordigt. Ik ben het paard waarop het Westen moet inzetten.”
Een kortstondige triomf beleefde Djindjic begin 1997 toen hij, na maanden van massaal protest tegen de autoritaire politiek van Milošević, werd gekozen tot de eerste niet-communistische burgemeester van Belgrado van na de oorlog. Milošević en zijn partij leden een gevoelige verkiezingsnederlaag. In de opportunitische Servische politiek wisselden partijen van bondgenootschap en eind september 1997 werd Djindjic tot aftreden gedwongen.
In 1997 vonden ook parlementaire en presidentiële verkiezingen in Servië plaats die door Djindjic en zijn partij werden geboycot, samen met het ‘democratische blok’ van Vojislav Koštunica.
De regering-Milošević weigerde een eind te maken aan de onderdrukking van de Albanese meerderheid in Kosovo op te geven, wat leidde tot het ingrijpen van de NAVO in 1999. Djindjics tegenstanders gebruikten een foto waarop hij president Clinton de hand schudde om hem in diskrediet te brengen. Nadat een criticus van de regering was vermoord, vluchtte Djindjic naar Montenegro. In juli 1999 keerde hij terug.
Zijn angst om te worden vermoord was gegrond: in het jaar 2000 werden diverse politici neergeschoten of ze ´verdwenen´.
Nadat Koštunica dankzij massale steun - zowel qua stemmen en als op straat - in oktober 2000 Milošević had opgevolgd als president, won Djindjic de parlementaire verkiezingen van Servië van december 2000 en een maand later voerde hij als premier het nieuwe kabinet aan.
De uitlevering van Slobodan Miloševic aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag in 2001 wakkerde de woede van zijn tegenstanders aan. Aan de andere kant werd hij juist erg gewaardeerd door de westerse leiders ook vanwege zijn beleid om de betrekkingen met de buurlanden te verbeteren en zijn pro-Europese politiek.
Zijn relatie met de Servisch-nationalist Koštunica raakte allenges meer gespannen, deze beschuldigde Djindic van relaties met de georganiseerde criminaliteit.
Op 12 maart 2003, vlak voor een geplande ontmoeting met de Zweedse minister Anna Lindh, schoot een Servische politieke crimineel Djindjic dood bij het verlaten van het regeringsgebouw in Belgrado. De dader en elf medestanders werden opgepakt en kregen zware straffen. Zij hadden eerder Djindjic geholpen in de strijd tegen Miloševic en zagen hem nu als een verrader van Servië.
Honderdduizenden burgers en vele buitenlandse delegaties woonden Djindjics begrafenis bij. Hij liet zijn echtgenote en hun twee kinderen na.
Na Djindjics dood nam de waardering voor zijn inzet toe. Koštunica erkende zijn werk: “Djindjic stond vooraan om de moeilijke taak uit te voeren de regering te leiden in erg onstabiele tijden.”
De huidige president van Servië Tadic zet Djindjic beleid voort.
Volgens de Britse journalist Misha Glenny was Djindjic een politicus met vuile handen:
“Hij was een complexe figuur. Ik bewonderde hem en ik dacht dat hij Servië echt vooruit kon helpen. (…) Hij was een gangster – zij het een goede gangster. Ik heb altijd geloofd dat Djindjic niet alleen maar vermoord is omdat hij oorlogsmisdadigers wilde uitleveren aan het Joegoslaviëtribunaal, maar dat het ook te maken had met zijn criminele connecties. Als je een effectieve politicus wil zijn in een land dat na een oorlog in een overgangsfase verkeert, zoals het voormalige Joegoslavië, dan heb je een stevige financiële basis nodig. En dat betekent dat je ofwel hulp moet vragen aan machtige, rijke zakenlieden, oligarchen, ofwel je moet je eigen zakenimperium opzetten – en dat deed Djindjic. Behalve politicus was hij zakenman – en dat brengt in die omstandigheden met zich mee dat je ook bij smerige zaakjes betrokken raakt.”
De vraag blijft of Djindjic, als hij had mogen blijven leven, succesvol zou zijn geweest bij het proces van economische hervorming en vooruitgang, en Europese samenwerking. De uitdrukking ‘het is altijd onrustig op de Balkan’ heeft een lange traditie.
Bron foto: bih-x.info
Geen activiteiten in de komende periode gevonden.