Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.

Lydia Santowa Shouleva (Szulewa), geboren 23 december 1956 te Velingrad (Welingradzie)
Citaat: “Ik geloof dat de toekomst behoort aan ondernemingen die succesvol zijn in het zich eigen maken met en het toepassen van vernieuwende en vooruitstrevende technische oplossingen. Ik wil me daarom sterk inspannen voor het herstel van de verbinding tussen onderzoek, onderwijs en ondernemen.”
Lydia Shouleva is een Bulgaarse politica die, na een carrière als ondernemer in de post-communistische periode, vier jaar een succesvol minister was. In die tijd bereidde ze mede het Bulgaarse lidmaatschap van de Europese Unie voor.
Bulgarije had vóór en in de Tweede Wereldoorlog, zoals de andere Oost-Europese landen Hongarije, Polen en Roemenië, een autoritair regime met nazistische trekken. De Bulgaarse vorst, tsaar Boris III, kwam na terugkeer van een bezoek aan Hitler in 1943 om het leven. Om dat zijn zoon Simeon pas 6 jaar was, regeerde een regent. Na de bevrijding door de Russen met steun van een breed ‘Vaderlands Front’, kwamen de communisten aan de macht. De belangrijkste onder hen was Georgi Dimitrov die zich op moedige wijze had verdedigd in het strafproces na de Rijksdagbrand van 1933. nadat in 1946 de (volks)republiek werd uitgeroepen, ging Simeon met zijn moeder in ballingschap.
Na Dimitrovs dood in 1949 nam het stalinisme in Bulgarije verder toe. Pas tijdens Gorbatsjovs regeerperiode in het Kremlin kwam er enige liberalisering. In november 1989 werd de langdurige dictator Zjivkov afgezet en zette de democratisering van het land zich door.
Shouleva studeerde in 1979 af als electrotechnisch ingenieur aan de universiteit van Sofia. In de daarop volgende jaren werkte ze in haar geboortestad. Na het einde van de dictatuur richtte ze een eigen bedrijf op en werkte zij in 1996-2001 als directeur van Albena Holding. Vanaf 1998 trad ze onder meer op als bestuurder van de Capital Market Association, een werkgeversorganisatie. In 2000 behaalde ze haar ‘Masters in Finance’ aan de universiteit van Sofia.
Inmiddels was Simeon II teruggekeerd naar zijn geboorteland en gaf hij leiding aan de liberale Nationale Beweging Simeon II. Mede door het wanbeleid van de ex-communistische partij verkreeg hij grote populariteit en resulteerden de parlementsverkiezingen van 2001 in een overwinning voor zijn partij. De Nationale Beweging behaalde de helft van alle zetels. Shouleva kreeg in de nieuwe regering de post van vice-premier en het ministerschap van arbeid en sociaal beleid. Zij volgde een nieuwe politieke strategie gericht op het scheppen van werkgelegenheid, met name voor sociaal kwetsbare groepen zoals langdurig werklozen (100.000 nieuwe banen), het verkleinen van de ‘grijze’ economie en vergroten van de inkomsten van de het nationale instituut voor sociale zekerheid.
Na een kabinetsherschikking in 2003 behield Shouleva de post van vice-premier en en werd ze minister van economische zaken.
Op 29 oktober 2003 ontving zij de armoede uitbanningsprijs van de Verenigde Naties wegens haar bijdrage aan het behalen van de millenniumdoelstellingen.
In 2004 trad Bulgarije toe tot de NAVO, maar voldeed het land nog niet aan de gestelde toelatingseisen voor de Europese Unie. De achtergestelde positie van de Roma en homo’s, en de leefsituatie van veel verstandelijk gehandicapten waren zorgelijk. Ook verbeterde bestrijding van corruptie en fraude speelde bij de afweging een belangrijke rol. Bovendien was de ontmanteling van verouderde kernreactors een onderwerp bij de onderhandelingen.
In april 2005 beoordeelden de leiders van de landen van de EU de ontwikkelingen zodanig positief, dat het licht op groen werd gezet voor toetreding per 1 januari 2007.
Ondanks goede resultaten door het gevoerde beleid, verloor de Nationale Beweging bij de parlementsverkiezingen van 2005 meer dan twintig procent van de stemmen. 53 zetels bleven over, waarvan een voor Shouleva. In het daarop gevormde coalitiekabinet was geen plaats voor haar.
Per 1 januari 2007 traden Bulgarije en Roemenië toe tot de Europese Unie. Bulgarije kreeg 17 zetels toegwezen in het Europese Parlement (EP), waarvan een door Shouleva werd ingenomen. Zij sloot zich aan bij de liberaal-democratische ALDE-groep, waartoe bijvoorbeeld ook Emma Bonino behoorde (de Nederlandse partijen D66 en VVD maken deel uit van ALDE).
Bij de verwelkoming van de nieuwe parlementariërs pleitte namens het EP Josep Borrell voor de vrijlating van Bulgaarse verpleegsters in Lybië.
Na de tussentijdse verkiezingen van 2007 voor het EP in Bulgarije behaalde Shouleva’s partij (inmiddels de Nationale Beweging voor Stabiliteit en Vooruitgang geheten) slechts een zetel en kwam zij niet terug in het EP. De verkiezingen in 2009 voor het Europese parlement gaven een gunstiger uitslag: bijna 8 % van de stemmen en twee zetels, maar Shouleva is daar niet bij.
In september 2009 bekritiseerde zij de politiek van de huidige Bulgaarse regering.
Shouleva is gehuwd en heeft twee kinderen.
Bron foto: mi.government.bg
Geen activiteiten in de komende periode gevonden.