dubbele nationaliteit, dubbele loyaliteit en integratie

Nieuws

 
15-03
Ambtenaren: Opkomstplicht moet terug De opkomstplichtplicht bij verkiezingen moet weer worden ingevoerd. Die stelling wordt ondersteund door meer... Lees meer...
 
2-03
Den Haag Centraal’ – scholierencompetitie met ‘simulatie’ beleidsdag in Den Haag Met het project ‘Den Haag Centraal... Lees meer...
 
11-01
De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan. Wilt u weten wat politici en partijen gaan doen met social media. Waar en door wie wordt er... Lees meer...

Activiteiten

Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.

2007-03-11 14:00

Nog voordat het kabinet geïnstalleerd was, kondigde de Partij voor de Vrijheid (PVV) onder aanvoering van Geert Wilders aan een motie van wantrouwen in te dienen tegen de staatssecretarissen Aboutaleb en Albayrak, respectievelijk van Marokkaanse en Turkse origine. Volgens de PVV mogen volksvertegenwoordigers geen dubbele nationaliteit hebben. Dubbele nationaliteit zou immers dubbele loyaliteit impliceren, aldus de PVV.
Inmiddels staat ook de loyaliteit van het Tweede Kamerlid Khadija Arib ter discussie. Zij zit sinds eind november in een werkgroep van de Conseil Consultatif des Droits de l’Homme (CCDH), een onafhankelijke adviesraad voor de mensenrechten in Marokko.
Politiek Den Haag is het inhoudelijke debat over het onderwerp dubbele nationaliteit nauwelijks aangegaan, waardoor het standpunt van de PVV veel steun heeft gekregen.
 
Het Euromediterraan Centrum voor Migratie & Ontwikkeling (EMCEMO) organiseert daarom aanstaande zondag 11 maart 2007 een debat over dubbele nationaliteit. Het debat vindt plaats bij Argan (Overtoom 141) om 14.00 uur tot 17.00 uur.
Deelnemers aan de discussie zijn o.a. Khadija Arib (Tweede Kamerlid PvdA), Paul Scheffer (publicist) , Abdou Menebhi (voorzitter EMCEMO en tevens lid van de werkgroep van de Conseil Consultatif des Droits de l’Homme), Mutapha Hilali (TANS) en Justus Uitermark (onderzoeker Amsterdam School for Social science Research). De presentatie is in handen van Nadia Bouras (historica, Aio Universiteit Leiden) en Frans van Rumpt (historicus, schrijver en student Arabische Taal en Letterkunde, UvA).
De huidige discussie over de dubbele nationaliteit is exemplarisch voor de visie van Nederland en Marokko op transnationale betrokkenheid. De meerderheid van de Marokkaanse gemeenschap in Nederland is genaturaliseerd. Naast de nieuw verkregen nationaliteit is door de Marokkaanse wetgeving het recht op Marokkaanse nationaliteit gewaarborgd. Hierdoor hebben Marokkaanse migranten een dubbele nationaliteit. Door de druk van het maatschappelijke debat over integratie en participatie van allochtonen is de mogelijkheid van Marokkanen om hun dubbele nationaliteit te behouden behoorlijk onder druk komen te staan; diverse Nederlandse ministers hebben bij de Marokkaanse overheid aangegeven dat zij vinden dat het hebben van een dubbele nationaliteit de integratie in de Nederlandse samenleving belemmert en bovendien geen loyaliteit afdwingt.
 
Het migratiediscours in Nederland wordt gedomineerd door het begrip integratie. Burgerschap en maatschappelijke participatie zijn in deze visie gebonden aan en verbonden met één land; loyaliteit aan Nederland kan niet samengaan met het onderhouden van banden met het land van herkomst. Ondanks de nadruk op de Europese eenwording, het belang van globalisering en transnationaal denken én ondanks de formele en juridische mogelijkheden waaronder het aanhouden van een dubbele nationaliteit – blijkt het hebben van ‘dubbel burgerschap’ een probleem te zijn. Termen als isolatie, dubbele loyaliteit en zelfs radicalisering en fundamentalisme voeren de boventoon als het gaat om transnationale activiteiten van etnische minderheidsgroepen, zeker van minderheden met een islamitische achtergrond.
 
Waarom zou participatie binnen Nederlandse ontwikkelingsorganisaties echter wel een uiting zijn van goed burgerschap en participatie binnen eigen etnische structuren gericht op de ontwikkeling van het land van herkomst de burgerschapsontwikkeling in Nederland tegenwerken?
 
Transnationale betrokkenheid en dubbele loyaliteit gaan inderdaad hand in hand met sterke identificaties met het land van herkomst. Echter, transnationale economische activiteiten kunnen ook een alternatieve route voor maatschappelijk succes voor kansarme migrantenjongeren zijn en hun structurele integratie in het vestigingsland juist bevorderen. Ook veel succesvolle, goed geïntegreerde migranten onderhouden zeer sterke banden met hun herkomstland. Bovendien valt - onder andere volgens onderzoek van Snel, Engbersen en Leerkes - niet te concluderen dat leden van migrantengemeenschappen die in Nederland als slecht geïntegreerd worden aangemerkt (waaronder Marokkanen) zich sterker dan andere migranten- gemeenschappen identificeren met landgenoten in het herkomstland. Evenmin heeft volgens dit onderzoek de sociale positie (opleidingsniveau, al dan niet werkend) aantoonbare invloed op het ondernemen van transnationale activiteiten.
 
Kijk voor meer informatie: de Marokkaanse gemeenschap in Nederland: van arbeidsmigratie tot transnationale diaspora, te lezen op: