ShareThisDe bevrijding van de moslims begint bij artikel 1 GW
Een mogelijke aanpassing van artikel 1 van de grondwet werd door iemand als grootheidswaanzin benoemd. Dit is om meerdere redenen een onhoudbare stelling. Ten eerste is artikel 1 een door de mens ingestelde regel en is het aan mensen om die te veranderen indien ze daar reden toe zien. Wilders is kamerlid en is door het volk aangesteld om de regering te controleren en wetten te handhaven en zonodig te veranderen – en geen enkel artikel, dus ook niet artikel 1 van de grondwet is daarvan uitgezonderd.
Ten tweede, het is slordig taalgebruik. Grootheidswaan is een vorm van zelfoverschatting en wordt doorgaans toegeschreven aan mensen die streven naar het uitvinden van de perpetuum mobile of het verwerven van de absolute heerschappij of het zich vereenzelvigen met Napoleon. Als Wilders meent dat artikel 1 GW aangepast dient te worden, dan staat hij als kamerlid in zijn volste recht. Het veranderen van artikel 1 is zeker geen herculische taak of een taak die alleen in een waanvoorstelling realiseerbaar is. Het artikel 1 is door mensen van vlees en bloed gemaakt en kan dus ook door gewone mensen veranderd worden.
De schrijver van 'grootheidswaan' wil waarschijnlijk suggereren dat artikel 1 GW zo een bijzondere status binnen het Nederlandse rechtsstelsel zou hebben, dat het onaantastbaar is geworden en niet meer door gewone mensen veranderd zou kunnen worden. Hoe verkeerd dit denkbeeld is, wil ik graag uitleggen door de kwestie van een heel andere kant te benaderen.
Sinds 1979 worden moslims wereldwijd gegijzeld door de islamisering van de politiek. Al lang voor die tijd werd door salafistische groeperingen (die al sinds begin van de twintigste eeuw actief zijn) projecten opgezet om de wetenschap te islamiseren door haar te presenteren als een uitkomst van de islam. Maar met de islamitische revolutie in Iran kwam dit proces in een stroomversnelling. Er kwam een soort ideologische wedloop tussen sjiieten en soennieten op gang. De tegenstelling met Europa, die toch al sterk was vergroot door het olie embargo van 1973, nam in diepte toe omdat Iran in staat was gebleken om de VS uit te dagen. Saoedi-Arabië zag zijn godsdienstige leidersrol aangetast en ontplooide een wereldwijd programma om de salafistische islam uit te dragen op scholen, in de media, in de moskee.
Toen de USSR in 1989 zich gedwongen zag om Afghanistan te verlaten, werd Europa kort daarna overspoeld door mujahedeen die op zoek waren naar een nieuw theater voor hun 'jihad'. Inmiddels hebben de salafisten en de mujahedeen zoveel kernen doen ontstaan, dat verdere bewerking door middel van internet belangrijker is geworden dan de lezingentour die imams houden om ontwortelde jongeren aan te trekken. De AIVD noemt dat zelfontbranders: tweede- en derde generatie jongeren die een vorm van islam zoeken die een identiteit biedt en die ze niet vinden in de ouderwetse islam van hun ouders.
Deze ontwikkeling betekent twee dingen. De islam is geen godsdienst die zich gedraagt op de manier die Europa kende in 1848, toen de grondwet werd opgeschreven. Op dat moment had de Nederlandse wetgever alleen ervaring met christelijke groeperingen, die het wereldse rijk keurig gescheiden hielden van het godsdienstige. Dat waren ze zo gewend, wijzere geworden door de verschrikkingen van de godsdienstoorlogen twee eeuwen daarvoor. Voor christelijke groeperingen was die intellectuele scheiding geen grote verandering in het denken, omdat zowel de Bijbel als kerkvaders als Augustinus deze scheiding al formuleerden.
In de islam is de situatie volstrekt anders. De koran schrijft moslims op meerdere plaatsen voor toch vooral geen vriendschap met andersgelovigen te sluiten en liever helemaal niet met hen om te gaan. Ibn Tammiya (14de eeuw) schreef de neergang van het Arabische Rijk al toe aan het zwakke geloof van de moslims en daar is tot op heden weinig aan veranderd. Rida, de Ikhwan, Abduh, Jamaat-al-islam, Hezbollah, enzovoort: alle ideologen van de islam zien maar één uitweg voor de huidige positie van ondergeschiktheid van de islam: terugkeer tot het geloof van de begintijd. Deze terugkeer, zo verzekeren zij telkens weer, zal leiden tot een nieuwe periode van grootsheid voor de islam en tot herstel van het wereldkalifaat, dat in 1924 werd opgeheven door Ataturk. Het belang van dit wereldkalifaat ligt in het feit dat alleen op die manier de hele samenleving op een islamitische manier geordend kan worden. Als ze zeggen de hele samenleving, bedoelen ze ook mensen met een andere overtuiging. De moslims weten namelijk heel zeker dat ook zij beter af zullen zijn onder een islamitisch wereldkalifaat. Omdat iedereen natuurlijk begrijpt dat dit doel nooit bereikt kan worden langs politieke of militaire weg, worden andere methodes ingezet, die van de migratie en bekering (dawa). Deze strategie is gebaseerd op het juiste inzicht dat de seculiere staat zich niet kan verweren tegen deze zachte revolutie van onderen.
Dit levert de conclusie op dat artikel 1 in zijn huidige formulering een fossiel is uit een tijd waarin de omstandigheden volstrekt anders waren. Het werkt goed in een homogene samenleving, waarvan de leden bereid zijn tot compromissen en wezenlijk bereid zijn het wereldbeeld van de ander te respecteren in woord en daad. We hebben nu te maken met een totalitaire beweging die gegunde rechten doelbewust misbruikt om in de toekomst diezelfde rechten van anderen af te nemen. Het is niet alleen gewenst, maar ook noodzakelijk om daar tijdig tegen op te treden. Het merendeel van de moslims heeft geen behoefte aan salafistische inmenging, maar als de overheid niets onderneemt, zal de werving onder de moslims alleen maar toenemen. De salafisten kunnen deze groepen bewerken met een beroep op de tekst van de koran en daar kan niets tegenin gebracht worden, want de koran is het woord van god. Een krachtige staat kan grenzen stellen aan een geloof dat die grenzen niet zelf aangeeft. Maar dan moet artikel 1 wel op die situatie toegesneden zijn. Wilders zou dus met een aangepast artikel 1 kunnen bereiken dat de gematigde moslims bevrijd worden van de radicalen.