De bevrijding van de moslims begint bij artikel 1 GW

Nieuws

 
1-03
 Politiek Café Europa heeft tot doel de discussie te stimuleren  waarin de werking van Europa op lokaal niveau centraal staat en... Lees meer...
 
23-02
  Fotowedstrijd jongeren over de euro De euro is nu de munt van 329 miljoen EU-burgers. In het kader van het PRINCE-voorlichtingsprogramma... Lees meer...
 
22-01
Website 'Europa om de hoek' gelanceerd War doet de Europese Unie voor Nederland? Wat gebeurt er met Europees geld? De website www.europaomdehoek.nl... Lees meer...

Activiteiten

Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.

ShareThis

De bevrijding van de moslims begint bij artikel 1 GW
 
Een mogelijke aanpassing van artikel 1 van de grondwet werd door iemand als grootheidswaanzin benoemd. Dit is om meerdere redenen een onhoudbare stelling. Ten eerste is artikel 1 een door de mens ingestelde regel en is het aan mensen om die te veranderen indien ze daar reden toe zien. Wilders is kamerlid en is door het volk aangesteld om de regering te controleren en wetten te handhaven en zonodig te veranderen – en geen enkel artikel, dus ook niet artikel 1 van de grondwet is daarvan uitgezonderd.
Ten tweede, het is slordig taalgebruik. Grootheidswaan is een vorm van zelfoverschatting en wordt doorgaans toegeschreven aan mensen die streven naar het uitvinden van de perpetuum mobile of het verwerven van de absolute heerschappij of het zich vereenzelvigen met Napoleon. Als Wilders meent dat artikel 1 GW aangepast dient te worden, dan staat hij als kamerlid in zijn volste recht. Het  veranderen van artikel 1 is zeker geen herculische taak of een taak die alleen in een waanvoorstelling realiseerbaar is. Het artikel 1 is door mensen van vlees en bloed gemaakt en kan dus ook door gewone mensen veranderd worden.
De schrijver van 'grootheidswaan' wil waarschijnlijk suggereren dat artikel 1 GW zo een bijzondere status binnen het Nederlandse rechtsstelsel zou hebben, dat het onaantastbaar is geworden en niet meer door gewone mensen veranderd zou kunnen worden. Hoe verkeerd dit denkbeeld is, wil ik graag uitleggen door de kwestie van een heel andere kant te benaderen.
 
Sinds 1979 worden moslims wereldwijd gegijzeld door de islamisering van de politiek. Al lang voor die tijd werd door salafistische groeperingen (die al sinds begin van de twintigste eeuw actief zijn) projecten opgezet om de wetenschap te islamiseren door haar te presenteren als een uitkomst van de islam. Maar met de islamitische revolutie in Iran kwam dit proces in een stroomversnelling. Er kwam een soort ideologische wedloop tussen sjiieten en soennieten op gang. De tegenstelling met Europa, die toch al sterk was vergroot door het olie embargo van 1973, nam in diepte toe omdat Iran in staat was gebleken om de VS uit te dagen. Saoedi-Arabië zag zijn godsdienstige leidersrol aangetast en ontplooide een wereldwijd programma om de salafistische islam uit te dragen op scholen, in de media, in de moskee.
Toen de USSR in 1989 zich gedwongen zag om Afghanistan te verlaten, werd Europa kort daarna overspoeld door mujahedeen die op zoek waren naar een nieuw theater voor hun 'jihad'. Inmiddels hebben de salafisten en de mujahedeen zoveel kernen doen ontstaan, dat verdere bewerking door middel van internet belangrijker is geworden dan de lezingentour die imams houden om ontwortelde jongeren aan te trekken. De AIVD noemt dat zelfontbranders: tweede- en derde generatie jongeren die een vorm van islam zoeken die een identiteit biedt en die ze niet vinden in de ouderwetse islam van hun ouders.
 
Deze ontwikkeling betekent twee dingen. De islam is geen godsdienst die zich gedraagt op de manier die Europa kende in 1848, toen de grondwet werd opgeschreven. Op dat moment had de Nederlandse wetgever alleen ervaring met christelijke groeperingen, die het wereldse rijk keurig gescheiden hielden van het godsdienstige. Dat waren ze zo gewend, wijzere geworden door de verschrikkingen van de godsdienstoorlogen twee eeuwen daarvoor. Voor christelijke groeperingen was die intellectuele scheiding geen grote verandering in het denken, omdat zowel de Bijbel als kerkvaders als Augustinus deze scheiding al formuleerden.
 
In de islam is de situatie volstrekt anders. De koran schrijft moslims op meerdere plaatsen voor toch vooral geen vriendschap met andersgelovigen te sluiten en liever helemaal niet met hen om te gaan. Ibn Tammiya (14de eeuw) schreef de neergang van het Arabische Rijk al toe aan het zwakke geloof van de moslims en daar is tot op heden weinig aan veranderd. Rida, de Ikhwan, Abduh, Jamaat-al-islam, Hezbollah, enzovoort: alle ideologen van de islam zien maar één uitweg voor de huidige positie van ondergeschiktheid van de islam: terugkeer tot het geloof van de begintijd. Deze terugkeer, zo verzekeren zij telkens weer, zal leiden tot een nieuwe periode van grootsheid voor de islam en tot herstel van het wereldkalifaat, dat in 1924 werd opgeheven door Ataturk. Het belang van dit wereldkalifaat ligt in het feit dat alleen op die manier de hele samenleving op een islamitische manier geordend kan worden. Als ze zeggen de hele samenleving, bedoelen ze ook mensen met een andere overtuiging. De moslims weten namelijk heel zeker dat ook zij beter af zullen zijn onder een islamitisch wereldkalifaat. Omdat iedereen natuurlijk begrijpt dat dit doel nooit bereikt kan worden langs politieke of militaire weg, worden andere methodes ingezet, die van de migratie en bekering (dawa). Deze strategie is gebaseerd op het juiste inzicht dat de seculiere staat zich niet kan verweren tegen deze zachte revolutie van onderen.
 
Dit levert de conclusie op dat artikel 1 in zijn huidige formulering een fossiel is uit een tijd waarin de omstandigheden volstrekt anders waren. Het werkt goed in een homogene samenleving, waarvan de leden bereid zijn tot compromissen en wezenlijk bereid zijn het wereldbeeld van de ander te respecteren in woord en daad. We hebben nu te maken met een totalitaire beweging die gegunde rechten doelbewust misbruikt om in de toekomst diezelfde rechten van anderen af te nemen. Het is niet alleen gewenst, maar ook noodzakelijk om daar tijdig tegen op te treden. Het merendeel van de moslims heeft geen behoefte aan salafistische inmenging, maar als de overheid niets onderneemt, zal de werving onder de moslims alleen maar toenemen. De salafisten kunnen deze groepen bewerken met een beroep op de tekst van de koran en daar kan niets tegenin gebracht worden, want de koran is het woord van god. Een krachtige staat kan grenzen stellen aan een geloof dat die grenzen niet zelf aangeeft. Maar dan moet artikel 1 wel op die situatie toegesneden zijn. Wilders zou dus met een aangepast artikel 1 kunnen bereiken dat de gematigde moslims bevrijd worden van de radicalen.

Reacties

democratie ook voor islamitische ideologie

Democratie is wat mij betreft dat politieke tegenstellingen en andere meningen in een senaat worden uitgevochten en dus niet op straat of in het bos. In de senaat bovendien met woorden en niet met wapentuig van welke soort dan ook.
De populariteit van de verschillende ideologien hoor je dan ook terug te vinden in de tweede kamer of het nu Socialisme, Communisme, Christelijk(zondag vrij..) of de Islamitische ideologie betreft. Verkiezingen gaan voor de onderhandelingen uit.
Wanneer er een totalitaire ideologie aan de macht komt via democratische weg dan is het de kunst om na verloop van tijd weer verkiezingen te organiseren. Of dat mogelijk is en hoe is een discussie op zich. Ikzelf denk dat het koningshuis en eventueel de adel een goede manier is om de democratie te bewaken.
Het is mijn mening als burger in een democratische rechtsstaat dat deze discussie belangrijker is dan de vraag of homosexualiteit nu een ziekte is of niet, of vrouwen nu in hun blootje over straat mogen of zich moeten bedekken en op welke dag de winkels dicht zijn.

artikel 1

Allen die zich in Nederland bevinden , worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.Dit is artikel 1.Wat hier mis mee is is me een raadsel.Waar het o.a. fout gaat, is dat autochtonen zelf graag met twee maten meten en wel eens  zaken gedogen die eigenlijk niet door de beugel kunnen.Het lijkt  erop dat dit simpele principe, gelijke behandeling, niet dor de overheid gehanteerd is in vele gevallen waar het verschillen tussen autochtonen en allochtonen betreft.Dat verschil ondervinden dan ook de autochtonen die daarmee te maken hebben. Die krijgen wel een boete als ze in de ene wijk wonen, en geen boete als ze in een andere wijk wonen. Die kunnen huisjesmelken in de ene wijk, en elders niet.Allochtonen, nieuw in Nederland, krijgen zo onherroepelijk een heel ander beeld van Nederland dan een kind, (een kind is overal nieuw, ook nieuw in Nederland), dat opgroeit in een autochtone omgeving. Allochtonen denken dat goede manieren, EEG regels, properheid, recht, voor hun niet zo belangrijk gevonden worden.Waarom mag een islamitische slagerij groenten en brood verkopen, als dat verboden wordt aan autochtone slagerijen?Waarom is er zo vaak vergoelijkend gerefereerd aan "een andere cultuur" als er in die cultuur zaken worden gepraktizeerd, die autochtonen, van links tot rechts, onwenselijk vinden? Is dat niet evenzeer "ongelijke behandeling"?Als vuil in een autochtone wijk meteen wordt opgehaald, maar in een allochtone wijk blijft liggen, dan toont de overheid al aan dat het met twee maten meet: allochtonen hebben geen recht op schone straten.Als in een autochtoon stadsdeel de burger op tijd geholpen wordt en correct wordt toegesproken, maar in een allochtoon stadsdeel niet, dan zegt de overheid: allochtonen hechten toch niet aan goede manieren, dus wat maakt het uit.Volgens mij kan daarom dit artikel niet vaak genoeg worden toegepast om mensen die van welke herkomst ook in Nederland komen erop te wijzen dat voor iedereen dezelfde regels gelden.

Inderdaad: "De islam is

Inderdaad:
"De islam is geen godsdienst die zich gedraagt op de manier die Europa kende in 1848, toen de grondwet werd opgeschreven".
Daarom zou de grondwet in die zin aangepast moeten worden dat duidelijker geformuleerd moet worden dat teksten die oproepen tot geweld tegen andersdenkenden of ongelovigen of bijv. homosexuelen etc. in Nederland niet toegestaan zijn gedrukt , verkocht of (bijv. vanaf de kansel in kerk/synagoge/moskee aanbevolen mogen worden.
 

Grootheidswaan.

U vergist zich. Niet een mogelijke aanpassing van artikel 1 van de grondwet wordt als grootheidswaan benoemd, maar de grootspraak van Wilders met betrekking tot ‘Hét Kwaad’ dat ons allen(!) bedreigt.

De door Wilders bepleitte

De door Wilders bepleitte wijziging van artikel 1 van de Grondwet (het non-discrimatiebeginsel) heb ik niet als grootheidswaan bestempeld, maar als gebrek aan realiteitszin.  De beschuldiging van grootheidswaan slaat op het buitengewone inzicht dat de PVV-leider zichzelf toedicht, omtrent ‘Hét Kwaad’ dat ons allen(!) bedreigt.