Column Patrick van Schie: Down to earth

Nieuws

 
2-05
FDO ambassadeur Cox Habbema is benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.   Van de 3514 lintjes waarmee de burgemeesters vrijdag uit... Lees meer...
 
11-04
Begin april is er een manifest verschenen van onder andere FDO ambassadeur Hans Dijkstal "Eén land, één samenleving.... Lees meer...

Activiteiten

Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.

ShareThis

Patrick van Schie

 

Een kandidaat met een leeg program maar wel de ferme belofte dat alles anders zal worden. Een kandidaat die veel geld van onbekende herkomst heeft te besteden; tegenstanders maken zich dan ook zorgen of de verkiezingen niet zullen worden ‘gekocht’? En een kandidaat die een ongekend enthousiasme oproept; kennelijk een charisma bezit dat de eigen aanhangers lijkt te bedwelmen.
                Op veel begrip van de politici van de ‘gevestigde’ partijen, maar ook van de meerderheid van kiezers die niet tot haar aanhang behoren, hoeft Rita Verdonk niet te rekenen. Goedkoop populisme; het gevaar van de duistere machten achter de campagnegelden, wat het aanscherpen van regels rond partijfinanciering tot een urgente zaak maakt; en dedain voor een achterban die wezenloos achter iemand aanloopt zonder bewezen, maar met een overmaat aan zelf-beweerde, leiderschapskwaliteiten. Dat zijn zo van die dingen die als het over haar gaat zijn te horen.

                Het merkwaardige is echter dat een groot deel van deze sceptici – of critici –, in ieder geval vaak exact dezelfde mensen, wel laaiend enthousiast blijkt te zijn over het optreden van een andere politicus waarop de bovengenoemde omschrijvingen evenzeer van toepassing zijn: Obama. Misschien heeft híj nog wel enige inhoud, althans meer dan Verdonk, maar dan geven zijn Nederlandse aanhangers er toch geen blijk van die te kennen. ‘Change, yes we can’, roept Obama, en links Nederland tot en met een enkele linksbuiten in de VVD ligt op dat moment al in katzwijm. Waarom? Omdat de man zo geweldig kan praten, verklaarde iemand. Tja, dat kunnen ook demagogen meestal vrij goed. Omdat de man zwart is, verklaarde een ander.

                Vreemd. Maakt een huidskleur iemand tot een geschikte president voor de Verenigde Staten? Een (letterlijk) oppervlakkiger motivatie is nauwelijks te bedenken. En zou het land niet te klein zijn als iemand anders zou verklaren (ik heb het overigens nog geen politicus horen zeggen): ik vind McCain geweldig want dat is tenminste een blanke man! Overigens, als het werkelijk zó fantastisch is indien iemand met een zwarte huidskleur president van de Verenigde Staten wordt, waarom hebben degenen die dat vinden dan gezwegen toen Bush tot twee maal toe een zwarte benoemde op de belangrijkste ministerspost, Buitenlandse Zaken: eerst Colin Powell en toen Condoleezza Rice. Toch niet omdat deze twee personen niet zijn benoemd omdat zij zwart zijn maar omdat zij beschikten over bewezen bekwaamheden?

                Terecht toont menigeen in Nederland zich huiverig voor de opkomst van politici zonder helder program, voor draaiende politici en voor kiezers die zonder enig benul van zaken hun stem uitbrengen. Maar nogal wat van onze eigen Nederlandse politici geven er blijk van geen haar beter te zijn dan al die ‘onbenullige’ kiezers zodra zij zich opwerpen als ‘kiezers’ voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Natuurlijk kan en mag men voor Obama zijn, maar waarom noemt geen Nederlander die zich voor hem uitspreekt enig inhoudelijk argument? Wat spreekt onze staatsecretaris van VWS zo in hem aan dat zij meent als een olifant door de diplomatieke porceleinkast te moeten stampen? Dat Obama net zo behendig weet te draaien als haar eigen politiek leider? En vragen VVD-ers die enthousiast over Obama zijn, zich nooit eens af hoe het kan dat ook politici van GroenLinks en de PvdA en masse met Obama dwepen? Voelen zij zich soms politiek-inhoudelijk comfortabel in het gezelschap van GroenLinks of de PvdA?

                Gerelateerd aan de voorkeuren voor het Amerikaanse presidentschap is Nederland – politici, pers en burgers – bijna een één-partij-staat. Obama zou in ons land met Sovjet-achtige uitslagen de winnaar worden, zoals overigens alle Democratische kandidaten van de laatste decennia. En, onder invloed van de eenzijdige berichtgeving, denken bijna al die Nederlanders bovendien dat hun wens werkelijkheid gaat worden.

                Gelukkig zijn de Verenigde Staten geen één-partijstaat maar valt er voor de Amerikanen op 4 november echt iets te kiezen. Peilingen en analyses laten zien dat de verkiezingen allerminst een gelopen race zijn. Natuurlijk lopen de meest fervente  aanhangers van Obama in de Verenigde Staten ook met hun hoofd in de wolken, maar de beslissing zal dadelijk afhangen van het oordeel van de nuchtere ‘independent voters’. Laten wij hopen dat zij kiezen voor de meest bekwame kandidaat met de beste plannen om deze wereldmacht te leiden. En dat als zij van mening blijken te zijn dat het dan McCain moet worden, de voor Obama zwijmelende Nederlanders weer gauw met beide voeten op de grond belanden.

Bron: www.teldersstichting.nl

Reacties

Obama geeft richting aan.

In tegenstelling tot Patrick van Schie, denk ik dat er voor de Amerikanen op 4 november niets te kiezen valt. In de zin dat een keuze voor Obama of voor McCain lood om oud ijzer is.
 
Totaliteit.
Desondanks gaat mijn voorkeur uit naar Obama, dankzij zijn streven het politieke landschap te veranderen, door Republikeinen en Democraten met elkaar te verzoenen. Een verzoening die in wezen geen keuze is maar een levensnoodzakelijkheid, als gevolg van lotsverbondenheid. Deze geldt echter niet alleen voor Republikeinen en Democraten, maar voor al wat leeft. Het concreet maken daarvan, vraagt echter niet alleen om verzoening maar ook om het besef van saamhorigheid. Dus om het gevoel deel uit te maken van een totaliteit, die niet als los zand aan elkaar hangt maar een hecht geheel vormt, voor de instandhouding waarvan een ieder (Democraat en Republikein) medeverantwoordelijk is. Om dit in praktijk te brengen is inzicht nodig over de werking van die totaliteit, ervan uitgaande dat er geen uitzicht is zonder inzicht.
 
Zelforganisatie.
Wat dat betreft beschouw ik de aarde (met alles wat daarop groeit en bloeit) als één groot giga-organisme. Een ongrijpbaar, want continu veranderend levend (oer-)wezen, dat zijn (voort-)bestaan te danken heeft aan onderlinge solidariteit tussen alle onderdelen. Dankzij ons gevoel van saamhorigheid zijn wij, als mensheid, het beste toegerust tot het adequaat ‘beheren’ van die totaliteit. Helaas laat dat anno 2008 nogal wat te wensen over, aangezien de politieke strijd niet draait om het ‘beheren’ maar om het ‘beheersen’. Het macht uit oefenen. Dat wil echter niet zeggen dat ‘beheren’ ons vermogen te boven gaat, ofwel ons niet gegeven is. Integendeel! Ter verduidelijking daarvan, zullen wij slechts bij ons eigen lichaam te rade moeten gaan.
Zoals bekend vertegenwoordigt elk orgaan daarin een unieke, onvervangbare functie. De levenskracht van ons hele lichaam hangt echter niet alleen af van de gezondheid van elk orgaan afzonderlijk, maar ook van de harmonieuze samenwerking tussen alle organen. Deze vorm van solidariteit is geen concessie die wordt afgedwongen, maar een levensnoodzakelijk voor zowel elk orgaan afzonderlijk als het lichaam in zijn totaliteit. Ook kan niet van tolerantie gesproken worden. Tenslotte hoeven de longen het hart niet te verdragen. Het enige wat hen gevraagd wordt is ‘goede longen’ te zijn, zoveel mogelijk ‘long’ te zijn, en naar de mate waarin zij daarin slagen zullen zij het hart helpen een goed hart te zijn, waardoor onze hersenen (als overkoepelend beleids- of coördinatiecentrum) in staat zijn alle levensprocessen effectief op elkaar af te stemmen.
Ideële leegte.
Deze vorm van vrijwillige organische samenwerking, voortkomend uit het gevoel van saamhorigheid, sluit aan bij de democratische gedachte van ‘power to the people’ en is zodoende als ‘democratie in optima forma’ te betitelen. Een zelforganisatie, of intelligente orde zònder baas. In ons lichaam is immers geen baas of leider te bekennen!
De politieke vertaling daarvan komt simpelweg neer op de creatie van een monistisch organisch bestel (MOB), ter vervanging van het dualistische partijpolitieke bestel (DPB). Dát is namelijk niet in staat tot een effectieve aanpak van de problemen anno 2008, omdat deze nu eenmaal niet van gekunstelde (starre, ofwel plaats- en tijdgebonden) partijpolitieke maar van organische (bewegende, ofwel ongrijpbare) universele aard zijn. Dus een dito aanpak behoeven, in plaats van dichtgespijkerde vierjarige regeerakkoorden.
In het openlijk ter discussie stellen van het DBP (waarin het draait om uitzichtloze ‘beheersing’) ten gunste van het MOB (waarin het draait om doelmatig ‘beheren’), zie ik dan ook als de taak van onze tijd. De taak waarin het antwoord besloten ligt op de vraag naar de leniging van de (wereld-)problemen. Via verkiezingen zal dit ultieme politieke doel nooit gerealiseerd worden, hoe groot de hype ook is die de media er om heen bouwen. De overweldigende media aandacht voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen maskeert dan ook slechts de ideële leegte daarvan, want tot de broodnodige solidariteit en saamhorigheid wereldwijd (hoe begeesterend Obama’s change,  hope en Yes, we can! ook klinkt)zullen zij niet voeren.