Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.
Donderdag 15 juni diende te Den Haag een rechtzaak tegen “Publieke Omroep”, aangespannen door de heer Abel. Het is een zaak in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur en dient om belangrijke informatie te achterhalen inzake de pluriformiteit van de landelijke publieke omroep. Een actueel thema, gegeven de nieuwe televisiezenderindeling per september van dit jaar en de heftige discussies daarover, alsmede de parlementaire behandeling van de nieuwe mediawet voor een nieuw omroepbestel per 2008. Hier vindt u het persbericht van de heer Abel.
De algemene opdracht van Publieke Omroep, zijnde “van iedereen, voor iedereen”, wordt steeds minder waargemaakt en de legitimatie van omroepverenigingen is gebrekkig. Het wordt steeds belangrijker dat pluriformiteit concreet wordt gedefinieerd en gemeten. Zodat de publieke omroep qua inhoud en bereik in alle opzichten een afspiegeling van de Nederlandse samenleving blijft en daarop kan worden getoetst.
Achtergrond en aanleiding
De doelstellingen en taken van de Nederlandse publieke omroep zijn vastgelegd in de Mediawet. Sinds 1995 is Publieke Omroep (hoofdletters) een organisatorische eenheid, aanspreekbaar op de uitvoering van deze taken en doelstellingen. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor alle algemene, overkoepelende en coördinerende verplichtingen van Publieke Omroep.
Hoofdtaak en centrale opdracht van Publieke Omroep is vastgelegd in artikel 13C van de Mediawet. Hierin wordt gesteld dat hij een in alle opzichten evenwichtig beeld van de samenleving dient te geven en dient te zorgen voor maximale pluriformiteit en diversiteit. Het vaak gehoorde adagium (de publieke omroep is) “van iedereen, voor iedereen” komt hier vandaan. Publieke Omroep voegt daar op de eigen website nog aan toe:
‘Publieke Omroep bevordert de cohesie in de samenleving en programmeert een aanbod dat geen enkele groep in de samenleving uitsluit. Hij speelt de rol van marktplein, waar alle groeperingen uit Nederland elkaar ontmoeten, waar allerlei opvattingen worden getoond en waar meningen worden uitgewisseld. Nederland is veelvormig, veelkleurig en heeft een rijke verscheidenheid aan levensbeschouwingen en tradities. Publieke Omroep bedient al die verschillende groeperingen, hoe klein van omvang dan ook. Geen enkele visie wordt uitgesloten.’
De pluriformiteit van Publieke Omroep wordt voor een deel bepaald door de aanwezigheid van omroepverenigingen die bepaalde groepen in de samenleving vertegenwoordigen. Maar daar waar de optelsom niet (meer) voldoet, dient Publieke Omroep maatregelen te nemen om maximale pluriformiteit waar te maken. Onder andere de NPS is in het leven geroepen om deze aanvullende opdracht uit te voeren.
In tal van studies in de afgelopen jaren is gebleken dat Publieke Omroep bij lange na niet meer in staat is “van iedereen, voor iedereen” te zijn. Grote groepen worden niet meer bereikt en weer andere zijn niet vertegenwoordigd. Ook is in de publieke opinie kritiek te horen op de vermeende eenzijdigheid van Publieke Omroep. In het journalistieke werk zou vooral het gedachtegoed van links Nederland oververtegenwoordigd zijn. Het leven in de Randstad en vooral Amsterdam zou grotendeels de focus van Publieke Omroep bepalen. Bepaalde groepen migranten zouden onzichtbaar zijn in het aanbod en Publieke Omroep zou voornamelijk oudere kijkers en luisteraars trekken.
Dit gegeven doet de vraag rijzen hoe Publieke Omroep handelt en heeft gehandeld om problemen het hoofd te bieden. Op zijn minst dient dan een kader aanwezig te zijn om te kunnen vaststellen van welke mate van pluriformiteit en diversiteit sprake is. Om lacunes zichtbaar te maken en om concrete tegenmaatregelen te kunnen nemen. Hoe wordt bijvoorbeeld bepaald dat sprake is van een evenwichtig beeld van de samenleving in de programma’s van Publieke Omroep? Hoe wordt bepaald of alle opvattingen en visies van de Nederlandse samenleving in redelijkheid zijn vertegenwoordigd? Hoe wordt bepaald dat de veelkleurigheid van de Nederlandse samenleving voldoende in beeld wordt gebracht? Hoe wordt bepaald of de verschillende regio’s zich kunnen herkennen in het aanbod van Publieke Omroep?
Deze vragen zijn gedurende ruim twee jaar op verschillende manieren voorgelegd aan Publieke Omroep, maar telkens weigerde hij hierover informatie te verschaffen. Terwijl op de website van Publieke Omroep de formulering staat:
‘Wij zijn ons ervan bewust dat onze rol een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Daarom willen wij regelmatig verantwoording afleggen aan het publiek. In de praktijk betekent dat het regelmatig geven van informatie en het discussiëren met kijkers en luisteraars via allerlei kanalen’.
Hoe kan het dat Publieke Omroep zich over zijn belangrijkste opdracht niet wil verantwoorden? In zijn bijdrage aan een goed functionerende democratie en de bevordering van de sociale cohesie is hij toch van groot belang?
In een uiterste poging deze informatie te achterhalen is gebruik gemaakt van de Wet Openbaarheid van Bestuur, waar Publieke Omroep in beperkte zin onder valt. Met name de taken programmacoördinatie en zendtijdindeling zijn volledig onderhevig aan de Wob. De uitvoering van deze taken is o.a. vastgelegd in het “Coördinatiereglement Televisie”, waarin uitdrukkelijk is bepaald dat een en ander dient te geschieden met volledige inachtneming van het bepaalde in artikel 13C van de Mediawet. Op grond van die bepaling meent de heer Abel recht te hebben op alle informatie m.b.t. de concrete toepassing van dit artikel. En daarmee van uitgewerkte definities, uitgevoerde metingen en bijsturingsacties voor de begrippen pluriformiteit en diversiteit. Aan de hand hiervan kan worden vastgesteld of en hoe Publieke Omroep zijn hoofdtaak naar behoren vervult en ook of en hoe hiermee bij de nieuwe zenderindeling rekening is gehouden.
Geen activiteiten in de komende periode gevonden.