Geen gerelateerd activiteiten in de komende periode gevonden.

Geboren: Boedapest, 10 februari 1922
Citaat: De persoon die ik ooit heb ontmoet met de sterkste moraal, offerbereidheid en innerlijke kracht was een oudere vrouw die nauwelijks schrijven kon. In de oorlog hielp, voedde en verzorgde zij mij, puur uit menselijkheid en binnen korte tijd na onze kennismaking. God weet uit welke elementen datgene ontstaat, wat wij gewoonlijk ‘karakter’ noemen.
En: Dat macht een roes kan oproepen is bekend; hij heeft de eigenschap gemakkelijk tot mateloosheid te verleiden.
(uit een interview met Andreas Oplatka in december 1991)
Vergeleken met andere Ootsteuropese dissidenten als Walesa, Havel en Sacharov is Göncz vrij onbekend. Toch heeft ook Göncz zijn sporen als vrijheidsstrijder verdiend. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog kwam hij in zijn geboorteland Hongarije in verzet tegen de nazi’s. Na de oorlog werd Hongarije een vazalstaat van de Sovjet-Unie en gedwongen lid van de Comecon (de communistische tegenhanger van de OESO) en van het Warschaupact, dat tegenover de NAVO stond. In de partij van Göncz, die van de Kleine Landbouwers, was hij voorzitter van de jeugdafdeling. Na 1949 werd deze partij onderdeel van het ‘Onafhankelijk Volksfront’.
Na Chroetsjovs kritische toespraak over Stalin in 1956 ontluikte vooral in Polen en Hongarije een drang naar vrijheid. Tijdens de Hongaarse Opstand (eind oktober- begin november 1956) was Göncz actief in de Boerenbond. De de-stalinisatie van de Sovjet-Unie ging echter niet zo ver dat Oost-Europese landen een eigen politieke weg werd gegund.
In mei 1957, na het neerslaan van de opstand door de Sovjet-Unie, probeerde Göncz het manuscript van Imre Nagy's boek ‘Verdediging van het Hongaarse Volk’ naar het buitenland te smokkelen, maar hij werd daarbij gevangengenomen en kreeg een levenslange gevangenisstraf. De Hongaarse communistische leider Kádár vierde geleidelijk de teugels in Hongarije en in 1963 werd Göncz vrijgelaten; hij werkte sindsdien als vertaler en schrijver. Dankzij de veranderingen in de Sovjet-Unie kwam er vanaf 1988 in Hongarije ruimte voor verdere liberalisering. Bij de eerste vrije verkiezingen sinds 45 jaar, in april 1990, werd Göncz voor de liberale Alliantie van Vrije Democraten (SZDSZ) in het parlement verkozen. József Antall werd premier en in augustus 1990 koos het parlement Göncz tot president.
De ‘verse’ democratiën in Oost_Europa beseften dat ze met samenwerking het meest gebaat waren. In 1991 vormen zij de Visegrad-groep: Hongarije, Polen, Tsjecho-Slowakije.
De regering streefde liberalisering van de economie en integratie in het Westen na. Göncz legde daartoe vele buitenlandse contacten; zo bezocht hij in oktober 1993 Nederland voor onder meer besprekingen over de Hongaarse toetreding tot de Europese Unie. De EU was zo populair in Hongarije dat Göncz haar voordroeg voor de Nobelprijs voor de Vrede.
Van haar communistische voorganger erfde de regering het probleem van achtergestelde Hongaarse minderheden in buurlanden, met name in Roemenië. Tienduizenden van hen emigreerden naar Hongarije. Dat ging zover dat premier József Antall zich premier van allle 15 miljoen Hongaren noemde. Göncz onthield zich van dergelijke riskante uitspraken.
In juni 1996 werd hij als president herkozen. In datzelfde jaar tekenden Hongarije en Roemenië in het kader van hun toetreding tot de NAVO een verdrag dat de rechten van hun minderheden waarborgde. Een jaar later ondersteunde Göncz namens Hongarije een eventuele toetreding van Turkije tot de EU vanwege de belangrijke rol van dat land bij de verdediging van Europa. In augustus 2000 eindigde zijn tweede ambtstermijn als president. Een paar maanden later ontving hij voor zijn bijdragen aan een beter toekomstig Europa de Vision for Europe Award . Uiteraard pleitte Göncz in 2003 bij het EU-referendum in Hongarije voor toetreding tot de EU. Een ruime meerderheid was het met hem eens; op 1 mei 2004 trad het land toe tot Europese Unie.
De voormalige minister van Buitenlandse Zaken van Hongarije, Kinga Göncz, is zijn dochter. Bij de uitreiking van de Ján Langos-prijs die zij in 2006 namens haar vader in ontvangst nam, citeerde zij hem: “Democratie in deze regio is als een kaleidoscoop: beweeg je het, dan krijg een geheel nieuw beeld. Daarbij moeten we oppassen dat er niet een beeld ontstaat dat niemand wenst.”
Geen activiteiten in de komende periode gevonden.